Het reglement waarbij de opcentiemen op de onroerende voorheffing worden vastgesteld loopt tot en met 31 december 2025 en dient hernieuwd te worden.
In 2022 paste Kruisem de gemeentelijke fiscaliteit aan. Tot dan was er een uniform tarief van 693 opcentiemen op de onroerende voorheffing en bestond er voor de bedrijven een motorenbelasting. Vanaf het aanslagjaar 2023 werd ervoor gekozen om een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing toe te passen en de motorenbelasting af te schaffen. Voor de gewone onroerende goederen bleef het tarief ongewijzigd op 693 opcentiemen. Voor de industriële kadastrale inkomens (op nijverheidsgronden, nijverheidspanden en materieel en outillering) werd het tarief op 826 opcentiemen gebracht.
Deze differentiatie op vlak van opcentiemen op de onroerende voorheffing is mogelijk ingevolge het decreet van 15 mei 2018, dat artikel 41 van het decreet lokaal bestuur wijzigt, doordat het decreet lokaal bestuur nu een gedifferentieerd tarief voor de opcentiemen op de onroerende voorheffing toestaat. Hierdoor kan een afzonderlijk tarief voor het industrieel kadastraal inkomen bepaald worden, zonder het tarief voor het gewoon kadastraal inkomen te verhogen.
De aanpassing van de fiscaliteit betekende geen structurele verhoging van de gemeentelijke inkomsten, maar een loutere verschuiving van motorenbelasting naar opcentiemen op de onroerende voorheffing.
Met de afschaffing van de belasting op motoren viel een grote jaarlijkse administratieve last voor zowel de bedrijven als de administratie weg. Met de invoering van een gedifferentieerd systeem van opcentiemen op de onroerende voorheffing werd een transparante regeling bereikt die rechtszekerheid verschaft voor de gemeente en de Kruisemse bedrijven.
Bovendien wordt de kleinschalige lokale economie niet bijkomend belast, aangezien het verhoogde tarief enkel toepasselijk is op industriële nijverheidsgronden en -gebouwen. Voor de burgers en de niet-industriële bedrijven zoals kleine handelaars, landbouwers en zelfstandigen in hoofd- en bijberoep bleef het tarief dus ongewijzigd.
De differentiatie van de opcentiemen op de onroerende voorheffing wordt tot algehele tevredenheid toegepast en wordt in dit voorstel integraal behouden. Ook de geldende tarieven blijven identiek.
De differentiatie van de opcentiemen bevat volgende tarieven:
| Categorie |
Waarde aanslagjaar |
Toelichting |
| Standaard |
693 |
Gemeentelijke opcentiemen voor alle gewone gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens ( codes 1 (F,K,L,P) en 2 (F,K,L,P) ) |
| Nijverheid |
826 |
Gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing op de gebouwde en ongebouwde belastbare kadastrale inkomens nijverheid en materieel en outillage ( codes 3 (F,K,L,P), 4 (F,K,L,P), 5 (F,K,L,P) en 6 (F,K,L,P) ) |
Aangezien de inning van deze belasting verloopt via Vlabel, werd voorafgaandelijk advies aangevraagd omtrent de technische uitvoerbaarheid.
De ontvangsten en uitgaven van de gemeente moeten in evenwicht gehouden worden. Het hernieuwen van deze belasting is budgettair noodzakelijk.
De artikelen 41, 162, 170 §4 en 173 van de Grondwet.
Het Wetboek van de inkomstenbelasting 1992, meer bepaald het artikel 464/1, 1°.
De artikelen 40, 41, 286, 287, 288 en 326 tot en met 341 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, en alle latere wijzigingen.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, en alle latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Het gemeenteraadsbesluit van 10 oktober 2022 betreffende het vestigen van een belasting 'opcentiemen op de onroerende voorheffing' voor de aanslagjaren 2023 tot en met 2025.
Het positief advies van de Vlaamse belastingdienst van 30 oktober 2025.
Artikel 1:
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2028 ten voordele van de gemeente opcentiemen op de onroerende voorheffing gevestigd als volgt:
Artikel 2:
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeurt door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Artikel 3:
Overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur zal deze beslissing worden afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 4:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc op de webtoepassing van de gemeente.
Artikel 5:
Deze beslissing zal worden medegedeeld aan het Agentschap Vlaamse Belastingdienst – Onroerende Voorheffing.