De voorzitter opent de zitting op 08/06/2026 om 20:13.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 32, 277 en 278.
De notulen van de vergadering van 11 mei 2026 worden goedgekeurd.
De jaarrekening is opgemaakt volgens de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen en de regels, schema's en rekeningstelsels volgens het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
De voorgelegde jaarrekening 2025 bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota, de decretaal voorziene toelichting en de documentatie.
De jaarrekening is een geïntegreerd document voor gemeente en OCMW.
Beide entiteiten blijven als aparte rechtspersonen bestaan, de gemeenteraad en de O.C.M.W.-raad in uitvoering van artikel 249 van het decreet lokaal bestuur stellen elk hun deel van de jaarrekening vast, waarna de gemeenteraad het deel vastgesteld door de O.C.M.W.-raad, goedkeurt.
Door die beslissingen wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn (cf. art. 249 §3 DLB).
De beleidsevaluatie bestaat uit de doelstellingenrealisatie.
De financiële nota bestaat uit de doelstellingenrekening, de staat van het financieel evenwicht, de realisatie van de kredieten, de balans, de staat van opbrengsten en kosten en de proef- en saldibalans.
De toelichting bij de jaarrekening bestaat uit de verplichte schema’s T1 tot T5, het overzicht van de financiële risico’s, de plaats op de site waar de documentatie ter beschikking is, de waarderingsregels, de niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen, de verklaring van de verschillen tussen geraamde en gerealiseerde ontvangsten en uitgaven, de toelichting bij de elementen met een bijzondere invloed op het resultaat en de overgedragen kredieten.
De documentatie bij de jaarrekening bestaat uit een overzicht van alle beleidsdoelstellingen met bijhorende actieplannen en acties, een overzicht van de toegestane werkings- en investeringssubsidies, het overzicht van de beleidsvelden per domein, het overzicht van de verbonden entiteiten, het overzicht van de personeelsinzet, de opbrengst per geheven belasting en de jaarbudgetrekeningen in detail incl. vergelijking met het meerjarenplan.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41, 249 tot 253, 260 tot 262, 286, 287, 326 tot en met 341 en 595 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 30 maart 2018 over de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Het ministerieel besluit van 9 juli 2013 betreffende de digitale rapportering.
Jaarrekening 2025.
Artikel 1:
De jaarrekening 2025 deel gemeente Kruisem, bestaande uit beleidsevaluatie, financiële nota, toelichting en documentatie wordt vastgesteld.
Artikel 2:
De jaarrekening 2025 deel OCMW Kruisem, bestaande uit beleidsevaluatie, financiële nota, toelichting en documentatie wordt goedgekeurd.
Artikel 3:
Overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur zal deze beslissing worden afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 4:
Overeenkomstig artikel 250 van het decreet lokaal bestuur bezorgt de gemeente onmiddellijk na de vaststelling de gegevens over het vastgestelde beleidsrapport in digitale vorm aan de Vlaamse regering.
Artikel 5:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. De voorgelegde meerjarenplanwijziging wijzigt niets aan de exploitatietoelagen.
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Een aantal investeringsdossiers, voorzien in het voormalige meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek, waren eind 2025 niet of niet volledig uitgevoerd. Deze voorgelegde meerjarenplanwijziging heeft tot doel om deze investeringen over te dragen naar het lopende meerjarenplan 2026-2031. Het betreft volgende dossiers:
Deze wijzigingen in de meerjarenplanning van de kerkfabriek zijn voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De kredieten ter financiering van de overgedragen dossiers zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 22 januari 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Eligius goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. De voorgelegde meerjarenplanwijziging wijzigt niets aan de exploitatietoelagen.
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Een investeringsdossier, voorzien in het voormalige meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek, was eind 2025 niet volledig uitgevoerd. Deze voorgelegde meerjarenplanwijziging heeft tot doel om deze investering over te dragen naar het lopende meerjarenplan 2026-2031. Het betreft werken aan elektriciteit en verlichting voor 1.003,01 euro.
Daarnaast was er een materiële misslag gebeurd bij de opmaak van het meerjarenplan rond de berekening van de betoelaging van toren- en dakwerken. De gewesttoelage is te hoog ingeschat en de gemeentelijke toelage bijgevolg te laag. Dit werd opgemerkt door het bisdom dat een ongunstig advies gaf bij de meerjarenplanning. Deze correctie in combinatie met enkele verschuivingen leidt tot een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Deze wijzigingen in de meerjarenplanning van de kerkfabriek zijn voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De gemeentelijke investeringsdotatie ter financiering van de voorziene investeringen verhoogt met 11.082,8 euro. Deze toelage zal voorzien worden in de aanpassing van het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 11 februari 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Bavo goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
De investeringstoelage zal opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. De voorgelegde meerjarenplanwijziging wijzigt niets aan de exploitatietoelagen.
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Een investeringsdossier, voorzien in het voormalige meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek, was eind 2025 niet volledig uitgevoerd. Deze voorgelegde meerjarenplanwijziging heeft tot doel om deze investering over te dragen naar het lopende meerjarenplan 2026-2031. Het betreft (schilder)werken ten gevolge van vocht voor 10.227,93 euro.
Deze wijziging in de meerjarenplanning van de kerkfabriek is voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De kredieten ter financiering van de overgedragen dossiers zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 13 april 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Jan Baptist goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. De voorgelegde meerjarenplanwijziging wijzigt niets aan de exploitatietoelagen.
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Een investeringsdossier, voorzien in het voormalige meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek, was eind 2025 niet volledig uitgevoerd. Deze voorgelegde meerjarenplanwijziging heeft tot doel om deze investering over te dragen naar het lopende meerjarenplan 2026-2031. Het betreft werken rond stabiliteit van de bogen in de zijbeuken, klimhaken, klokkenstoel en dakaansluitingen voor 62.403,18 euro.
Deze wijziging in de meerjarenplanning van de kerkfabriek is voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De kredieten ter financiering van de overgedragen dossiers zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 1 april 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Dionysius goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. De voorgelegde meerjarenplanwijziging wijzigt niets aan de exploitatietoelagen.
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Een investeringsdossier, voorzien in het voormalige meerjarenplan 2020-2025 van de kerkfabriek, was eind 2025 niet volledig uitgevoerd. Deze voorgelegde meerjarenplanwijziging heeft tot doel om deze investering over te dragen naar het lopende meerjarenplan 2026-2031. Het betreft dringende herstellingen aan dak(goten) en klokken voor 19.571,05 euro.
Deze wijziging in de meerjarenplanning van de kerkfabriek is voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De kredieten ter financiering van de overgedragen dossiers zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 8 mei 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Petrus en Urbanus goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeenteraad keurde de meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek goed in zitting van 7 juli 2025. Deze meerjarenplanning 2026-2031 was gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan en volgde op uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde.
De meerjarenplanning 2026-2031 voorzag in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. In de voorgelegde meerjarenplanwijziging daalt de exploitatietoelage ten gevolge van een bijkomende overeenkomst met een telecomoperator (ontvangst voor kerkfabriek). De toelage 2026 blijft op 0 euro behouden en daalt in de volgende jaren met 3.382,5 (2027) tot 3.733,65 euro (2031).
De kerkfabriek voorzag in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
Deze dossiers en dotaties wijzigen niet in deze meerjarenplanwijziging.
Deze wijziging in de meerjarenplanning van de kerkfabriek is voor het jaar 2026 ook opgenomen in een overeenkomstige budgetwijziging 2026.
De kredieten ter financiering van de dossiers zijn voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan.
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 21 april 2026.
Artikel 1:
De meerjarenplanwijziging 2026 - 2031 van de kerkfabriek O.L. Vrouw van Bijstand goed te keuren en akte te nemen van de budgetwijziging 2026.
Artikel 2 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeente Kruisem is aangesloten bij de dienstverlenende vereniging CVBA Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Ruimtelijke Ordening en Socio-economische Expansie (SOLvA), met maatschappelijke zetel te 9320 Erembodegem en correspondentieadres te 9520 Sint-Lievens-Houtem (Vlierzele), Gentsesteenweg 1B.
De gemeente Kruisem werd uitgenodigd op de algemene vergadering die vastgesteld is op 17 juni 2026 om 19.00 uur.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 34, 35, 40, 41, 326 tot en met 341 en 432 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De statuten van de dienstverlenende vereniging SOLvA.
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt akte van de dagorde van de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging CVBA Intergemeentelijk Samenwerkingsverband voor Ruimtelijke Ordening en Socio-economische Expansie (SOLvA) dd. 17 juni 2026 om 19.00 uur, luidend als volgt:
Artikel 2:
De gemeenteraad heeft geen opmerkingen te formuleren op de agendapunten van de dagorde van de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging SOLvA vastgesteld op 17 juni 2026 en keurt, voor zoveel als nodig, de door de raad van bestuur van het intergemeentelijk samenwerkingsverband geformuleerde voorstellen goed.
Artikel 3:
De gemeenteraad draagt aan aangeduide vertegenwoordiger en de plaatsvervangend vertegenwoordiger op om namens de gemeente alle akten en bescheiden met betrekking tot de algemene vergadering van de dienstverlenende vereniging SOLvA, vastgesteld op 17 juni 2026, te onderschrijven en hun stemgedrag af te stemmen op het in de beslissing van de gemeenteraad van heden bepaalde standpunt met betrekking tot de agenda van voormelde algemene vergadering.
De gemeente Kruisem is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging CVBA Intercommunale vereniging voor beheer van afvalstoffen Vlaamse Ardennen met maatschappelijke zetel te Oudenaarde, Markt 1 en administratieve kantoren te Oudenaarde, Meersbloem-Melden 46A.
De gemeente Kruisem werd uitgenodigd op Algemene Vergadering die plaatsvindt op 29 juni 2026
De uitnodiging tot de buitengewone algemene vergadering op 29 juni 2026 vermeldt volgende agenda:
Artikel 162 van de Grondwet.
Artikel 40 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Artikelen 326 tot en met 341 van het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Artikel 1:
De agenda en elk van de afzonderlijke punten van de agenda van de Algemene Vergadering van IVLA op 29 juni 2026 worden goedgekeurd.
Agenda:
Artikel 2:
De gemeenteraad zal de aangeduide vertegenwoordiger en/of zijn plaatsvervanger opdragen zijn stemgedrag af te stemmen op de beslissing genomen in onderhavig raadsbesluit en als dusdanig de op de agenda geplaatste punten van de Algemene Vergadering van IVLA op 29 juni 2026 waarvoor een beslissing moet worden genomen, goed te keuren.
Artikel 3:
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de opdrachthoudende vereniging IVLA, de vertegenwoordiger(s) en plaatsvervangend vertegenwoordiger(s) van ons bestuur in deze intergemeentelijke samenwerkingsverbanden en het secretariaat.
Het Decreet over het lokaal bestuur stelt dat elk lokaal bestuur moet beschikken over een ‘organisatiebeheersingssysteem’.
Een goede organisatiebeheersing komt neer op het volgende:
De algemeen directeur staat in voor het organisatiebeheersingssysteem en stelt dit vast na overleg met het managementteam.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgend jaar.
Deze rapportering omvat volgende onderdelen:
Het beheersrapport 2026 wordt thans ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 171 tweede lid, 2017 tot en met 220.
De leidraad organisatiebeheersing lokale besturen van de Vlaamse overheid.
Het kader voor organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem goedgekeurd door de gemeente- en OCMW-raad op 13 maart 2023.
Het positief advies van het Managementteam dd. 28 april 2026 bij het beheersrapport 2026 over de organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem.
De Rapportering dd. 20 april 2026 door de algemeen directeur over de organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem.
Beheersrapport 2026 voor organisatiebeheersing Kruisem.
Enig artikel :
De gemeenteraad neemt kennis van het beheersrapport 2026 door de algemeen directeur over de organisatiebeheersing van het lokaal bestuur Kruisem.
Situatieschets.
Met het decreet van 20 april 2012 houdende de organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters wil de Vlaamse overheid stap voor stap voldoende, kwaliteitsvolle kinderopvang realiseren die voor iedereen toegankelijk is. Om aan de vraag naar kinderopvang te voldoen, wil de huidige Vlaamse Regering vooral investeren in nieuwe plaatsen met inkomstentarief en in de gemeenten waar de nood het hoogst is. Er wordt hierbij gewerkt met een meerjarenprogrammatie.
Het Agentschap Opgroeien zal hiervoor in de toekomst verschillende projectoproepen lanceren. Nieuwe en bestaande organisatoren kinderopvang kunnen hierop intekenen en een aanvraag indienen om de subsidie te krijgen.
Opgroeien biedt de kans aan de lokale besturen om bij zo’n uitbreidingsronde een gemotiveerd advies te formuleren met een score per aanvraag binnen de gemeente. Als lokale regisseur heeft het lokaal bestuur op die manier inbreng in de ontwikkeling van het kinderopvangaanbod op het grondgebied.
Op 14 december 2020 keurde de OCMW-raad een aantal criteria goed. Deze staan sindsdien op de gemeentelijke website voor organisatoren kinderopvang die willen intekenen op een uitbreidingsronde. Binnenkort lanceert het Agentschap Opgroeien een nieuwe subsidieronde. Vanuit het Agentschap Opgroeien werden recent enkele opmerkingen geformuleerd op de criteria die destijds werden goedgekeurd. Op basis van deze opmerkingen worden nu een aantal aanpassingen gedaan aan de criteria en de procedure. Het gaat niet om grote inhoudelijke aanpassingen maar eerder een paar andere formuleringen. Er werden ook 2 deelcriteria geschrapt omdat die te moeilijk meetbaar waren.
Aangezien de nieuwe oproep nog gelanceerd wordt in de maand mei en de dienst Kinderopvang deze opmerkingen pas recent heeft vernomen, werden deze aanpassingen voor goedkeuring voorgelegd aan het College van Burgemeester en Schepenen in zitting van 18 mei 2026 en thans ter bekrachtiging voorgelegd aan de gemeenteraad in zitting van heden.
Hoe gaat het concreet in zijn werk?
Het lokaal bestuur formuleert het advies aan de hand van criteria die het vooraf zelf, in overleg met het Lokaal Overleg Kinderopvang en met goedkeuring van de gemeenteraad, heeft bepaald. Deze criteria betreffen aandachtspunten (bijvoorbeeld met betrekking tot spreiding van het aanbod, bereikbaarheid enz) die een meerwaarde betekenen voor kinderopvang in onze gemeente. Aan elk criterium wordt een gewicht toegekend. Het lokaal bestuur toetst elke aanvraag uit de gemeente aan de criteria en berekent een totaalscore. Zo kan het lokaal bestuur een gemotiveerd advies op basis van deze criteria uitbrengen.
Beoordelingscriteria Kruisem.
Het Lokaal Bestuur Kruisem houdt rekening met 3 criteria, zoals hieronder beschreven. Deze criteria werden goedgekeurd door de gemeenteraad. In totaal kunnen er maximum 6 punten gescoord worden
1. Criterium aantal IKT-opvangplaatsen per 100 kinderen 0-2 jaar
Het lokaal bestuur Kruisem vindt het belangrijk dat opvang dichtbij huis kan plaatsvinden en dat inwoners met een beperkte mobiliteit hier ook beroep kunnen op doen. Nieuwe plaatsen worden bijgevolg prioritair gerealiseerd in deelgemeenten waar het aanbod op het moment van de aanvraag laag is in verhouding tot de nood.
Het bestaande aanbod wordt berekend per deelgemeente, op basis van het aantal IKT-opvangplaatsen ten opzichte van het aantal 0 tot 2-jarigen die in die deelgemeente wonen (bron voor de berekening: de meest recente cijfers op Provincie in Cijfers voor ‘Opvangplaatsen B&P met inkomenstarief per 100 kinderen 0-2 jaar – toestand 31/12/jaar-1’).
2. Criterium Bereikbaarheid
De kinderopvang is vlot bereikbaar. De bereikbaarheid wordt berekend op basis van de Mobiscore voor de categorie ‘openbaar vervoer’. De mogelijke scores zijn: uitstekend, zeer goed, goed, redelijk, slecht, zeer slecht (https://mobiscore.omgeving.vlaanderen.be/).
3. Criterium Medewerking aan het Lokaal Loket Kinderopvang Kruisem
We maken hier een onderscheid tussen bestaande en nieuwe organisatoren:
Bestaande organisatoren kinderopvang in Kruisem :
Nieuwe organisatoren kinderopvang in Kruisem :
De aanvrager weigert via een verklaring op eer aan te geven dat alle opvangaanvragen zullen verlopen via het digitaal Loket Kinderopvang Kruisem, van zodra ze plaatsen krijgen toegewezen in Kruisem: 0 punten
Aanvraagprocedure
Bij de lancering van een nieuwe uitbreidingsronde door het Agentschap Opgroeien informeert het lokaal bestuur alle relevante organisatoren en wijst hen op de plicht hierbij een advies te vragen bij het lokaal bestuur.
Potentieel nieuwe organisatoren kunnen de informatie terugvinden via de website www.kruisem.be. Met vragen hierover kan je contact opnemen met de verantwoordelijke van het Huis van het Kind op het nummer 09/389 68 12.
De aanvraag dient gericht te worden naar:
Per post: Huis van het Kind
Markt 1
9770 Kruisem
Per mail: huisvanhetkind@kruisem.be
De aanvrager zal vervolgens binnen de 7 kalenderdagen een ontvangstbevestiging ontvangen per mail. De verantwoordelijke van het Huis van het Kind zal in samenspraak met de bevoegde Schepen een advies formuleren. Tijdens de behandeling hebben zij het recht de aanvrager te contacteren om extra informatie op te vragen en om de nodige verklaring op eer te laten ondertekenen.
Het lokaal bestuur brengt de organisator op het de hoogte van het advies, uiterlijk 10 werkdagen voor de deadline opgemaakt door het Agentschap Opgroeien. De organisator kan binnen de 2 werkdagen na ontvangst van het advies eventuele opmerkingen kenbaar maken via mail en vragen om gehoord te worden. Dit hoorrecht vindt binnen de 5 werkdagen plaats. Een gesprek wordt zo snel mogelijk ingepland met de organisator, een medewerker van het Huis van het Kind en de bevoegde schepen (of diens vervanger).
Het lokaal bestuur bezorgt het gemotiveerd advies uiterlijk bij het afsluiten van de deadline voor het indienen van de aanvragen aan Opgroeien.
Wanneer zou blijken dat de opgestelde criteria niet het gewenste resultaat hebben of niet helpen tegemoet te komen aan de lokale noden rond kinderopvang, kan elk lid van het Lokaal Overleg Kinderopvang dit aankaarten op een bijeenkomst. Er kan dan een nieuw advies worden gegeven over de procedure, waarna de procedure opnieuw wordt voorgelegd aan de gemeenteraad.
Advies: goedkeuring te verlenen aan de beoordelingscriteria voor advies bij uitbreidingsrondes kinderopvang baby's en peuters.
Het decreet van 20 april 2012 houdende organisatie van kinderopvang van baby’s en peuters.
Het OCMW-raadsbesluit van 14 december 2020 inzake gezinsbeleid - criteria voor advies bij uitbreidingsrondes kinderopvang baby's en peuters - vaststelling.
De toekomstige project oproepen van het Agentschap Opgroeien houdende uitbreidingsrondes kinderopvang baby’ s en peuters.
De noodzaak voor het lokaal bestuur tot het vaststellen van beoordelingscriteria’s ten einde een gemotiveerd advies te kunnen verlenen met een score per aanvraag binnen de gemeente.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2026 betreffende aanpassing criteria voor advies bij uitbreidingsronde kinderopvang baby's en peuters - goedkeuring.
Enig artikel :
De gemeenteraad bekrachtigt het besluit van het college van burgemeester en schepenen dd. 18 mei 2026 en verleent goedkeuring aan:
- de gewijzigde beoordelingscriteria voor advies bij uitbreidingsrondes kinderopvang baby's en peuters.
- de aanvraagprocedure terzake.
De gemeente maakt deel uit van de interlokale vereniging “Burensportdienst Vlaamse Ardennen”. Overeenkomstig de toetredingsovereenkomst (artikel 14) dient de rekening van de interlokale vereniging jaarlijks ter goedkeuring worden voorgelegd aan de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten.
De ontvangsten 2025 bedragen 45.025 EUR. De uitgaven bedragen 37.589,11 EUR. Dit resulteert in een positief saldo ten bedrage van 7.435,89 EUR.
De uitgavenbegroting 2026 bedraagt 67.885 EUR. De ontvangstenbegroting bedraagt 51.858 EUR.
In bijlage bij dit besluit kan de resultatenrekening 2025, de balans 2025, de begroting 2026 en het verslag van nazicht van de rekeningen 2025 van de Interlokale Vereniging Burensportdienst Vlaamse Ardennen teruggevonden worden.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De gemeenteraad Kruishoutem in zitting van 14 mei 2018 beslist heeft de vernieuwde overeenkomst betreffende de interlokale vereniging “Burensportdienst Vlaamse Ardennen”, afgekort BSD Vlaamse Ardennen tussen de steden / gemeenten Horebeke, Oudenaarde, Ronse, Brakel, Kluisbergen, Kruishoutem, Maarkedal, Wortegem-Petegem, Zingem en Zwalm, goed te keuren.
De gemeenteraad Zingem in zitting van 24 mei 2018 beslist heeft de vernieuwde overeenkomst betreffende de interlokale vereniging “Burensportdienst Vlaamse Ardennen”, afgekort BSD Vlaamse Ardennen tussen de steden / gemeenten Horebeke, Oudenaarde, Ronse, Brakel, Kluisbergen, Kruishoutem, Maarkedal, Wortegem-Petegem, Zingem en Zwalm, goed te keuren.
Artikel 1:
De resultatenrekening 2025, de balans 2025 en de begroting 2026 van de Interlokale Vereniging Burensportdienst Vlaamse Ardennen wordt goedgekeurd.
De resultatenrekening 2025, de balans 2025 en de begroting 2026 van de Interlokale Vereniging Burensportdienst Vlaamse Ardennen worden in bijlage bij dit besluit gevoegd om er één geheel mee uit te maken.
Artikel 2:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan mevrouw Ruth De Fraine (ex-voorzitter), Sportlaan 1, 9630 Zwalm en dhr. Pieter Nachtegaele, Waregemseweg 35, 9790 Wortegem-Petegem (voorzitter),
Artikel 3:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Toelichting :
Veilige en goed zichtbare voetgangersoversteekplaatsen (zebrapaden) vormen een essentieel onderdeel van een verkeersveilig mobiliteitsbeleid.
Voetgangers, en in het bijzonder kwetsbare weggebruikers zoals kinderen en ouderen, moeten kunnen rekenen op een veilige en duidelijke infrastructuur.
Uit observaties op het terrein blijkt echter dat de huidige staat van de zebrapaden in onze gemeente onvoldoende is.
Op verschillende locaties laat de zichtbaarheid zwaar te wensen over, wat leidt tot gevaarlijke situaties voor zowel de voetganger als de automobilist.
Specifiek wensen wij de aandacht te vestigen op:
Gebrekkige zichtbaarheid: Op locaties zoals de Beertegemstraat (Ouwegem), de Lozerstraat (Lozer) en het Huiseplein (Huise) is de markering dermate versleten of slecht verlicht dat de oversteekplaatsen hun functie voorbijschieten.
Wettelijke conformiteit: Er zijn situaties vastgesteld waarbij zebrapaden niet voldoen aan de geldende wegcode en inrichtingsrichtlijnen, zo komen oversteekplaatsen op de Heirweg (Zingem) en in de Lozerstraat (Lozer) uit op parkeervakken, wat de veiligheid van de overstekende voetganger direct in het gedrang brengt en in strijd is met de logica van een veilige oversteek.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 21 en 40.
Voorstel van besluit:
De gemeenteraad verzoekt het College van Burgemeester en Schepenen om:
1) Een integrale audit uit te voeren: Alle bestaande voetgangersoversteekplaatsen binnen de gemeente in kaart te brengen en te toetsen aan de actuele wetgeving en verkeerskundige normen (o.a. zichtbaarheid, aansluiting op voetpaden, obstakelvrij).
2) Herstelplan op te maken: Binnen een termijn van drie maanden een actieplan voor te leggen voor het renoveren, verplaatsen of – indien niet conform of noodzakelijk – verwijderen van de problematische zebrapaden.
3) Prioritaire aanpak: De hierboven genoemde locaties (Beertegemstraat, Lozerstraat, Huiseplein, Heirweg) met voorrang op te nemen in dit herstelplan en deze voor het volgende schooljaar conform te maken.
4) Communicatie: De resultaten van deze audit en de planning van de herstellingswerken terug te koppelen aan de gemeenteraad.
Toelichting :
Raadslid Steven De Smeytere legt het volgende voorstel voor, gedragen door de bewoners van de Ommegangstraat (nr. 2 tot 10), ter verbetering van de leefbaarheid en toegankelijkheid in deze buurt.
Situering en probleemstelling:
In de Ommegangstraat te Zingem, specifiek ter hoogte van de woningen 2 tot 10, is er sprake van een structureel tekort aan parkeergelegenheid. Voor de bewoners leidt dit tot aanzienlijke hinder bij het laden en lossen van boodschappen of het in- en uitladen van passagiers, aangezien er in de nabijheid vaak geen veilige of vrije plaats beschikbaar is staan de bewoners tijdens het laden en lossen op de weg zelf.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, artikelen 21 en 40.
Voorstel van besluit :
Om deze problematiek op een praktische en kostenefficiënte wijze aan te pakken, stellen wij voor om ter hoogte van huisnummer 10 een officiële laad- en loszone in te richten met een beperking van 15 minuten.
De uitvoering hiervan zou als volgt kunnen geschieden:
Wij zijn ons ervan bewust dat de inrichting van een laad- en loszone tot gevolg heeft dat deze specifieke parkeerplaats niet langer beschikbaar is voor langdurig (regulier) parkeren. De bewoners in kwestie hebben echter expliciet aangegeven dat zij deze verschuiving wenselijk achten. Het creëren van een korte, flexibele stopplaats weegt in dit specifieke geval zwaarder door dan het behoud van één parkeerplaats voor langparkeerders.
De voorzitter sluit de zitting op 08/06/2026 om 21:19.
Aldus vastgesteld en beslist in zitting van heden.
De agenda is afgehandeld.
Vanwege de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Kris Nachtergaele
Algemeen directeur
Joop Verzele
Burgemeester-voorzitter