De gemeenteraad en bij delegatie het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om de rechtspositieregeling van de gemeente vast te stellen.
Deze rechtspositieregeling is van rechtswege ook van toepassing op het personeel van het OCMW dat een betrekking bekleedt die ook bestaat bij de gemeente.
De raad voor maatschappelijk welzijn en bij delegatie het vast bureau is bevoegd om de rechtspositieregeling vast te stellen voor alle andere personeel van het OCMW.
De rechtspositieregeling is onderworpen aan de syndicale onderhandelingen conform de wet van 19 december 1974 betreffende het vakbondsstatuut.
Het ACV-od heeft een protocol van akkoord ondertekend over de voorliggende wijziging van de rechtspositieregeling. Het VSOA-lrb en ACOD-lrb hebben een protocol van niet akkoord ondertekend.
Over de redenen van het niet-akkoord wordt verwezen naar de ondertekende protocols en de notulen van het bijzonder onderhandelingscomité.
Het VSOA-lrb specifieert de redenen van hun niet-akkoord en het ACOD-lrb sluit zich hierbij aan.
De redenen worden hieronder weergegeven
Het bestuur stelt hiertegenover dat het niet enkel de landen zijn van de Europese Unie maar deze van Europese economische ruimte die in aanmerking komen. Het voordeel van het expliciet voorzien van de landen is de duidelijkheid die dit geeft voor de personeelsleden die met de RPR aan de slag moeten én voor de kandidaten.
- Gezien het statutair personeelslid maar recht heeft op 82% van het brutosalaris kunnen we hier niet mee akkoord gaan. Pleegzorgverlof is op vrijwillige basis, hierdoor worden mensen gestraft. De aantallen die dit systeem gebruiken zijn minimaal.
Het bestuur merkt op dat het bepaalde in artikel 178bis een zuivere overname is van de wettelijke regeling (artikel 16 van het BVR 12/03/2021).
- Gezien het statutair personeelslid maar recht heeft op 82% vanaf de vierde dag van het brutosalaris kunnen we hier niet akkoord met gaan.
Het bestuur merkt op dat het bepaalde in artikel 178bis een zuivere overname is van de wettelijke regeling (artikel 16 van het BVR 12/03/2021).
- Hier opnieuw een inperking van het salaris, dit is een slag in het gezicht van het personeel.
Het bestuur merkt op dat dit gaat over statutaire personeelsleden die niet kunnen thuiswerken en die geen enkel ander verlof kunnen opnemen. In de praktijk zal dit binnen het bestuur zo goed als nooit voorkomen. Maar is een regeling die expliciet als recht voor het personeel is opgenomen in het BVR 12/03/2021, vandaar wordt dit ook voorzien in deze RPR.
- Hier opnieuw een inperking van het salaris.
Het bestuur stelt vast dat de nieuwe regeling inzake geboorteverlof voor de statutairen nog niet officieel beslist is op Vlaams niveau. Om deze reden wordt deze regeling nu ook nog niet opgenomen. De regeling zal pas officieel wordt toegevoegd van zodra dit wettelijk is voorzien.
- Mondeling communiceren is geen probleem, schriftelijk communiceren is op dit niveau een te hoge verwachting.
Het bestuur stelt dat dat het schriftelijk communiceren, in voorkomend geval, beoordeeld zal worden rekening houdend met het niveau van de functie. Is tevens een bepaling die niet gewijzigd is met voorliggende wijzigingen.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, zijn latere wijzigingen en zijn uitvoeringsbesluiten.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het besluit van de Vlaamse regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn en alle latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 12 november 2010 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie en het mandaatstelsel van het personeel van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en alle latere wijzigingen.
Het besluit van de Vlaamse regering van 12 maart 2021 houdende de maatregelen ten gevolge van de pandemie veroorzaakt door COVID-19 en tot wijziging van de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies.
Het gemeenteraadsbesluit van 8 april 2019 betreffende de delegatie van bevoegdheid inzake lokale rechtspositieregeling, arbeidsreglement, organogram en personeelsformatie naar het college van burgemeester en schepenen.
Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 8 april 2019 betreffende de delegatie van bevoegdheid inzake lokale rechtspositieregeling, arbeidsreglement, organogram en personeelsformatie naar het vast bureau.
Het advies van het managementteam dd. 8 juni 2021.
De notulen en de protocollen betreffende het bijzonder onderhandelingscomité gemeente – OCMW van 7 juli 2021 met de vakorganisaties waarbij het ACV-od een protocol van akkoord heeft ondertekend en het VSOA-lrb en het ACOD-lrb een protocol van niet-akkoord heeft ondertekend.
De bijlage ‘rechtspositieregeling’ is raadpleegbaar via onderstaande link op de website van de gemeente Kruisem :
https://www.kruisem.be/onze-gemeente/bekendmakingen/rechtspositieregeling-gemeente-ocmw.
Artikel 1:
De als bijlage aan dit besluit gevoegde aangepaste rechtspositieregeling voor het personeel van de gemeente en het OCMW Kruisem en de bijhorende bijlagen worden goedgekeurd voor wat betreft de bepalingen die betrekking hebben op het OCMW-personeel.
Deze rechtspositieregeling gaat in op het ogenblik van de goedkeuring door het vast bureau.
Artikel 2:
Dit besluit en de inhoud ervan worden in uitvoering van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt via de webtoepassing van de gemeente door de voorzitter van het vast bureau.
Artikel 3:
In toepassing van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt de toezichthoudende overheid op dezelfde dag van de bekendmaking op de hoogte gebracht door de voorzitter van het vast bureau van de bekendmaking van dit besluit.