Sinds de GAS-wet van 24 juni 2013 kunnen gemeenten ook bepaalde parkeerinbreuken sanctioneren met een gemeentelijke administratieve sanctie, GAS 4 genoemd.
Het betreft concreet de volgende inbreuken :
• inbreuken op de regels betreffende het stilstaan en parkeren
• de bepalingen betreffende de verkeersborden C3 (verboden toegang in beide richtingen) en F103 (voetgangerszone) en F111 (fietsstraat) al dan niet vastgesteld door automatisch werkende toestellen.
De gemeenten van de politiezone Vlaamse Ardennen sloten hiervoor een protocolakkoord af met de Procureur des Koning en keurden bovenvermelde politieverordening goed.
Op 1 maart 2026 treedt een wijziging in werking van het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen betreffende het stilstaan en parkeren en voor de overtredingen betreffende de verkeersborden, C3 en F103, vastgesteld met automatisch werkende toestellen.
De bestaande politieverordening die door de gemeenteraad van Kruisem werd goedgekeurd in zitting van 10 juni 2025 dient daarom aangepast te worden aan het vernieuwde KB : zowel het opschrift van het KB als enkele artikelen in de bestaande politieverordening dienen te worden gewijzigd.
Gelet op het feit dat het gewijzigde KB in werking treedt op 1 maart 2026 en de lokale besturen en de politiezone pas op 29 januari 2026 in kennis werden gesteld hiervan, wordt voorgesteld om dit besluit bij hoogdringendheid toe te voegen aan de zitting van heden.
Het decreet lokaal bestuur van 21 december 2017 en latere wijzigingen.
De nieuwe gemeentewet, inzonderheid de artikelen 119, 119bis en 135,§2.
De wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het KB van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het KB van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het gemeenteraadsbesluit van 10 juni 2025 betreffende de goedkeuring van de politieverordening betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren en de overtredingen betreffende het verkeersbord C 3 vastgesteld met automatisch werkende toestellen van de stad Oudenaarde en de gemeenten Brakel, Maarkedal, Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Wortegem-Petegem en Zwalm.
Het protocolakkoord dd. 11 juni 2025 tussen de gemeente Kruisem en de procureur des Konings van het Parket Oost-Vlaanderen betreffende de gemeentelijke administratieve sancties - inbreuken verkeer.
Artikel 1 :
De gemeenteraad keurt de volgende wijzigingen aan de politieverordening, betreffende overtredingen op het stilstaan en parkeren de overtredingen betreffende verkeersborden C3, F103 en F111 vastgesteld op het grondgebied van de stad Oudenaarde en de gemeenten Brakel, Maarkedal, Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Wortegem-Petegem en Zwalm goed :
Artikel 1. Doel
De stad Oudenaarde en de gemeenten Kluisbergen, Kruisem en Wortegem-Petegem geven bij wijze van deze politieverordening uitvoering aan (de wijziging van) het Koninklijk Besluit van 9 maart 2014 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties voor de overtredingen bedoeld in artikel 3, 3° van de wet van 24 juni 2023 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties. Concreet gaat het om de :
- overtredingen betreffende het stilstaan en het parkeren;
- overtredingen van de bepalingen betreffende de verkeersborden C3, F103 en F111, al dan niet vastgesteld door automatisch werkende toestellen (zoals bedoeld in artikel 62 van dezelfde wet).
Artikel 8. Stilstaan of parkeren op een berm
Elk stilstaand of geparkeerd voertuig moet worden opgesteld:
▪ buiten de rijbaan op de gelijkgrondse berm of, buiten de bebouwde kommen, op eender welke berm;
▪ indien het een berm betreft die de voetgangers moeten volgen, moet langs de buitenkant van de openbare weg een begaanbare strook van ten minste 1,50 meter breed vrijgelaten worden;
▪ indien de berm niet breed genoeg is, moet het voertuig gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op de rijbaan opgesteld worden;
▪ indien er geen bruikbare berm is, moet het voertuig op de rijbaan opgesteld worden;
▪ indien de berm niet breed genoeg is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden gedeeltelijk op de berm en gedeeltelijk op :
- de zijdelingse strook;
- de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
▪ indien er geen bruikbare berm is, moet het stilstaand voertuig opgesteld worden op:
- de zijdelingse strook;
▪ de rijbaan indien er geen zijdelingse strook is.
Artikel 12. Stilstaan en parkeren op plaatsen waar gevaar veroorzaakt kan worden of onnodige hinder zou veroorzaken
Het is verboden een voertuig te laten stilstaan of te parkeren op elke plaats waar het duidelijk een gevaar zou kunnen betekenen voor de andere weggebruikers of waar het hun onnodig zou kunnen hinderen, inzonderheid:
1°. op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter van de plaats waar de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen verplicht zijn het fietspad te verlaten om op de rijbaan te rijden of de rijbaan te verlaten om op het fietspad te rijden;
2°. op de rijbaan op 3 meter of meer doch op minder dan 5 meter voor de oversteekplaatsen voor voetgangers en de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen;
3°. in de nabijheid van de kruispunten, op minder dan 5 meter van de verlenging van de naastbij gelegen rand van de dwarsrijbaan, behoudens plaatselijke reglementering;
4°. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten op de kruispunten, behoudens plaatselijke reglementering;
5°. op minder dan 20 meter voor de verkeerslichten buiten de kruispunten behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeerslichten zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
6°. op minder dan 20 meter voor de verkeersborden behalve voor voertuigen waarvan de hoogte, lading inbegrepen, niet meer dan 1,65 m bedraagt, wanneer de onderkant van die verkeersborden zich ten minste 2 meter boven de rijbaan bevindt;
7°. Op de verhoogde inrichtingen, behoudens plaatselijke reglementering.
Artikel 13. Parkeerverbod
Het is verboden een voertuig te parkeren:
1°. op minder dan 1 meter zowel voor als achter een ander stilstaand of geparkeerd voertuig en op elke plaats waar het voertuig het instappen in of het wegrijden van een ander voertuig zou verhinderen;
2°. op minder dan 15 meter aan weerszijden van een bord dat een autobus-, trolleybus- of tramhalte aanwijst;
3°. voor de inrij van eigendommen, behalve de voertuigen waarvan het inschrijvingsteken leesbaar op die inrij is aangebracht;
4°. op elke plaats waar het voertuig de toegang tot buiten de rijbaan aangelegde parkeerplaatsen zou verhinderen;
5°. buiten de bebouwde kommen op de rijbaan van een openbare weg waarop het verkeersbord B9 is aangebracht;
6°. op de rijbaan wanneer deze verdeeld is in rijstroken, behalve op de plaatsen waar het verkeersbord E9a of E9b is aangebracht;
7°. op de rijbaan langs de gele onderbroken streep, bedoeld in artikel 75.1.2.° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
8°. op rijbanen met tweerichtingsverkeer tegenover een ander stilstaand of geparkeerd voertuig, wanneer twee andere voertuigen daardoor elkaar moeilijk zouden kunnen kruisen;
9°. op de middelste rijbaan van een openbare weg met drie rijbanen;
10°. buiten de bebouwde kommen, langs de linkerkant van een rijbaan van een openbare weg met twee rijbanen of op de middenberm die deze rijbanen scheidt;
11°. op de zijdelingse stroken bedoeld in artikel 75.3 van het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
Het is eveneens verboden op de openbare weg voertuigen voor verkoop of verhuring tentoon te stellen.
Artikel 21. Stilstaan en parkeren op witte markering parkeerzone
Het niet respecteren van de witte markeringen die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan, bedoeld in artikel 77.5 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg die de plaatsen afbakenen waar de voertuigen moeten staan.
Artikel 23. Verkeerborden C3 (verboden toegang), F103 (voetgangerszone) of F111 (fietszone)
Het niet in acht nemen van de verkeersborden C3, F103 of F111 (behalve wat de snelheidsbeperking betreft).
Artikel 2 :
De gewijzigde politieverordening zal overeenkomstig artikel 286 § 1 en artikel 15 van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties worden bekendgemaakt en treedt in werking vanaf 1 maart 2026. Afschrift van dit besluit zal worden overgemaakt aan de politiezone Vlaamse Ardennen, de procureur des konings van het Parket Oost-Vlaanderen - afdeling Oudenaarde, de politierechtbank Oost-Vlaanderen afdeling Oudenaarde.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc op de webtoepassing van de gemeente.