De voorzitter opent de zitting op 14/02/2022 om 19:07.
De gemeenteraad heeft in zitting van 13 december 2021 kennis genomen van de brief dd. 12 december 2021 gericht aan de Voorzitter van de gemeenteraad, waarbij de heer Rik Vandenhove met ingang van 13 december 2021 zijn ontslag heeft aangeboden als gemeente- en OCMW-raadslid.
Artikel 14 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het gemeenteraadslid dat ontslag heeft genomen, vervangen wordt door zijn opvolger die wordt aangewezen overeenkomstig artikel 169 van het lokaal en provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011.
Uit het proces-verbaal opgesteld door het gemeentelijk hoofdbureau naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018 blijkt dat de heer Piet Dhont als eerste opvolger werd aangeduid op de lijst nr. 6 Open Vld/N-VA/Plus.
Alvorens tot de aanstelling van het nieuwe raadslid te kunnen overgaan, worden de geloofsbrieven onderzocht en legt de vervanger de eed af in openbare vergadering in handen van de voorzitter van de gemeenteraad.
Het onderzoek van de geloofsbrieven heeft tot doel na te gaan of men nog aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden voldoet en of men zich niet in één van de gevallen van onverenigbaarheid bevindt.
De geloofsbrieven bevatten de schriftelijke bewijsstukken die elke verkozene, die opgeroepen wordt om de eed af te leggen, moet voorleggen en waaruit blijkt dat hij op een wettige wijze is verkozen en er tegen zijn verkiezing geen bezwaren zijn.
Door de heer Piet Dhont werden volgende documenten voorgelegd :
De artikelen 13 en 14 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Het lokaal en provinciaal kiesdecreet van 8 juli 2011.
De omzendbrief KB ABB 2018/3 van 26 oktober 2018 betreffende de start van de lokale en provinciale bestuursperiode.
De notulen van de installatievergadering van de gemeenteraad van Kruisem dd. 2 januari 2019.
Artikel 1 :
De geloofsbrieven van de heer Piet Dhont als gemeenteraadslid worden goedgekeurd.
De heer Piet Dhont legt in openbare vergadering in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de volgende eed af : Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.
Dienvolgens treedt de heer Piet Dhont in de vervanging van raadslid Rik Vandenhove als gemeenteraadslid.
Artikel 2 :
Tegen deze beslissing kan beroep worden ingediend bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen.
Artikel 3 :
Overeenkomstig artikel 6, § 7 van het decreet lokaal bestuur neemt de opvolger die na de installatievergadering als gemeenteraadslid wordt geïnstalleerd, in volgorde van zijn eedaflegging een rang in.
Bijgevolg wordt de rangorde van de gemeenteraadsleden als volgt vastgesteld :
| Volg- nummer |
Naam en voornaam |
Anciënniteit als gemeenteraadslid op datum van de installatievergadering van 2 januari 2019 |
Aantal stemmen bekomen bij de recentste gemeenteraads-verkiezingen |
| 1 |
Verzele Joop |
24 jaar |
3.582 |
| 2 |
Vermeiren Felix |
21 jaar |
448 |
| 3 |
Bothuyne Robrecht |
18 jaar |
1632 |
| 4 |
Hutsebaut Kathleen |
18 jaar |
1430 |
| 5 |
De Vuyst Rita |
18 jaar |
509 |
| 6 |
Haustraete Jurgen |
12 jaar |
1270 |
| 7 |
Callens Kristof |
12 jaar |
1085 |
| 8 |
Van Betsbrugge Kathelijne |
12 jaar |
588 |
| 9 |
Geysens Filip |
10 jaar en 6,5 maanden |
508 |
| 10 |
della Faille d’Huysse Baron Bernard |
10 jaar en 3 maanden |
1.073 |
| 11 |
Depaepe Gerrit |
6 jaar |
1430 |
| 12 |
Verleyen Geoffrey |
6 jaar |
1036 |
| 13 |
Delbaere Eveline |
6 jaar |
741 |
| 14 |
Bauters Sofie |
6 jaar |
718 |
| 15 |
Herman Jan |
6 jaar |
654 |
| 16 |
Vandenabeele Luc |
6 jaar |
649 |
| 17 |
De Seranno Jos |
4 jaar |
445 |
| 18 |
De Coninck Achiel |
-- |
864 |
| 19 |
Snoeck Valerie |
-- |
631 |
| 20 |
Polfliet Laura |
-- |
505 |
| 21 |
Depauw Peter |
-- |
479 |
| 22 |
Van Malderghem Dieter |
-- |
426 |
| 23 |
Verbeeck Martje |
-- |
261 |
| 24 |
Badisco Vanessa |
-- |
252 |
| 25 |
Dhont Piet |
-- |
329 |
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc op de webtoepassing van de gemeente.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De notulen van de vergadering van 13 december 2021 worden goedgekeurd.
Op 13 augustus 2018 heeft de gemeenteraad van Zingem beslist om een basishemelwaterplan op te stellen voor gemeente Zingem. Het basishemelwaterplan vormt een initiële visie over hoe de buffering en infiltratie en verdere afvoer van regenwater (RWA) binnen het grondgebied van de betrokken gemeente (of delen ervan) georganiseerd kan worden. In het basishemelwaterplan is dus geen hydraulische dimensionering of modellering inbegrepen (dit maakt deel uit van een detailhemelwaterplan). Het hoofdobjectief is de opmaak van een RWA-structuurplan met visuele weergave van de algemene langetermijn visie op de organisatie van de hemelwaterafvoer binnen het gebied.
De opdracht voor de opmaak van een basishemelwaterplan werd, via rioolbeheerder Farys, gegund aan HydroScan nv, Diestsesteenweg 104A, 3010 Leuven.
In het najaar van 2019 werd het hemelwaterplan afgewerkt.
Door de opmaak van een hemelwaterplan legt de gemeente het kader vast voor de integrale aanpak van hemelwater, oppervlaktewater en afvalwater. Het hemelwaterplan biedt daarnaast een houvast voor de realisatie van het ruimtelijk beleid en de klimaatdoelstellingen, zoals het terugdringen van verharding en versnippering en de uitbouw van een fijnmazig groenblauw netwerk.
Aansluitend op het basishemelwaterplan gebeurde een uitdieping van de hemelwatervisie via een SCAN-modellering. Deze oefening resulteerde in een detailhemelwaterplan voor het stroomgebied van de Wallebeek en Leebeek. In dit document zijn een aantal concrete acties inzake wateroverlast maar ook de droogteproblematiek opgenomen. De gemeente zal initiatief nemen om met de betrokken partners de nodige afspraken te maken om tot realisatie van deze acties over te gaan.
Artikel 1:
Het bij dit besluit gevoegde en er integraal deel van uitmakende hemelwaterplan voor het grondgebied Zingem wordt goedgekeurd.
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan de rioolbeheerder Farys en de VMM.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 13 december 2021 de ontwerpopdracht voor de opdracht “herstellingswerken aan zijweg van de Leedsestraat” toe te wijzen aan Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke.
Deze zijweg wordt gebruikt als ontsluitingsweg naar het achtergelegen pompstation van Aquafin. Door het zware materiaal dat hier gebruik van maakt, is deze weg in een slechte staat en heeft het bestuur ervoor gekozen om deze definitief te herstellen.
In het kader van deze opdracht werd een bestek opgesteld door de ontwerper, de heer Jan D'Hauwer van Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 59.580,75 excl. btw (€ 12.511,96 Btw medecontractant).
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 139.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 1 : Het bestek en de raming voor de opdracht “herstellingswerken aan zijweg van de Leedsestraat”, opgesteld door de ontwerper, de heer Jan D'Hauwer van Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 59.580,75 excl. btw (€ 12.511,96 Btw medecontractant).
Artikel 2 : Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3 : De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2022, op budgetcode 2022/ACT-142/0200-01/2240007/Gemeente/CBS/IP (ACT-142).
De ontwerpopdracht voor de opdracht “herstellingswerken aan zijweg van de Speelstraat” werd gegund aan Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke.
Deze zijweg wordt gebruikt als ontsluitingsweg naar de achtergelegen woningen met nrs. 73B en 73C. Deze weg is in een slechte staat en daarom heeft het bestuur ervoor gekozen om deze definitief te herstellen.
In het kader van deze opdracht werd een bestek opgesteld door de ontwerper, de heer Jan D'Hauwer van Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 102.137,75 excl. btw (€ 21.448,93 btw medecontractant).
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van € 139.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Artikel 1 : Het bestek en de raming voor de opdracht “herstellingswerken aan zijweg van de Speelstraat”, opgesteld door de ontwerper, de heer Jan D'Hauwer van Goegebeur Studieburo, Valleistraat 75 te 9402 Meerbeke worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 102.137,75 excl. btw (€ 21.448,93 btw medecontractant).
Artikel 2 : Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking.
Artikel 3 : De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2022, op budgetcode 2022/ACT-142/0200-01/2240007/Gemeente/CBS/IP (ACT-142).
Bij de bouw van het gemeentecomplex in Huise bleek de perceelsgrens aan de tuinzijde onregelmatig van vorm. In het kader van de plaatsing van een afsluiting en een haag, werd er in overleg met de aanpalende eigenaar overeen gekomen om deze grens recht te trekken aangezien dit visueel mooier is. Bij de omgevingsaanleg werd dit als dusdanig uitgevoerd en werd er afgesproken om de grondoverdracht via een akte verkoop te regelen.
Concreet gaat het over de verkoop van een driehoekig perceel met een oppervlakte van 3m² waarvan de waarde volgens het schattingsverslag 180 euro bedraagt.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december
2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de
bestuurshandelingen.
het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het schattingsverslag van 20 april 2021 voor een bedrag van 180 euro.
De ontvangst voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget op budgetcode 2022/ACT-200/0050-00/2600000/GEMEENTE/CBS/IP-265;
De aktekosten worden gedeeld tussen de koper en de verkoper.
De ontwerpakte, schattingsverslag en opmetingsplan
Artikel 1:
Keurt de ontwerpakte goed voor verkoop van een deel van perceel kadastraal gekend als Kruisem 6e afdeling/Huise sectie C nummer 362H met een oppervlakte van 3m². De verkoopprijs bedraagt 180 euro.
Artikel 2:
De ontvangst voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget op budgetcode 2022/ACT-200/0050-00/2600000/GEMEENTE/CBS/IP-265;
Artikel 3:
De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om de akte te ondertekenen en de gemeente te vertegenwoordigen bij de notariële verplichtingen.
Artikel 4:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan notaris Liesbeth Matthys.
Artikel 5:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Om te komen tot een kwaliteitsvolle invulling van het openbaar domein moet een aantal basisprincipes vastgelegd worden.
De voorschriften beogen de veiligheid van de horecaterrassen alsook de integratie in de omgeving.
De horecaterrassen mogen op geen enkel ogenblik de doorgang voor voetgangers, rolstoelgebruikers, .. en hulpdiensten hinderen.
Het plaatsen van horecaterrassen op het openbaar domein impliceert een tijdelijke ingebruikname van het openbaar domein en geen fysieke uitbreiding van de horecazaak of het bekomen van een verworven recht.
Artikel 41 en 162 van de Grondwet.
Artikel 40, 41 en 326 tot en met 341 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Artikel 1,2 en 3 van de wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Gemeenteraadsbeslissing van 10 mei 2021 houdende vaststellen van het algemeen politiereglement van de gemeenten van de politiezone Vlaamse Ardennen.
Artikel 1:
De beslissing van de gemeenteraad van Zingem van 13 november 2013 houdende het reglement betreffende de privatieve ingebruikname van het openbaar domein met het oog op de inrichting van horecaterrassen, wordt opgeheven en vervangen door onderstaand reglement voor het plaatsen van horecaterrassen op het openbaar domein.
Artikel 2:
Dit reglement is van toepassing bij elk tijdelijk privaat gebruik van het openbaar domein die dient als uitbreiding van een horeca-uitbating, bestaande uit oa tafels, stoelen, banken, parasols, windschermen, zonnetenten, verwarmingselementen, plantenbakken,... Deze opsomming is niet beperkend.
Bij uitzonderlijke gelegenheden of plaatselijke kermissen kan het college van burgemeester en schepenen de toegelaten terraszone tijdelijk uitbreiden, rekening houdende met de vrije doorgang voor voetgangers en hulpdiensten. De toelating vermeldt de uitzonderlijk toegelaten terraszone (oppervlakte en afmetingen) alsook de toelatingsperiode.
Artikel 3:
Aanvraagprocedure:
Er is steeds voorafgaandelijke schriftelijke toestemming nodig van het college van burgemeester en schepenen om een horecaterras op het openbaar domein te mogen plaatsen.
De toelatingsaanvraag kan enkel worden ingediend via het daartoe bestemd aanvraagformulier ten laatste 30 kalenderdagen voor het plaatsen van de horecaterras.
De vergunning wordt verleend voor 1 jaar en wordt stilzwijgend verlengd. Voor elke wijziging of vervanging (bvb oppervlakte, uitbater, ...) dient de toelatingsaanvraag hernieuwd te worden.
De vergunning is persoonlijk en niet overdraagbaar.
Artikel 4:
Algemene principes:
De horecaterrassen mogen nooit de doorgang voor hulpdiensten hinderen. Hulpdiensten vereisen steeds een vrije doorgang van 4 meter.
Een gelijkgrondse vrije doorgang van minstens 1,5 meter naast de rijweg moet steeds verzekerd zijn voor voetgangers.
Binnen de terraszone dient een obstakelvrije doorgang van minstens 1,25 meter, bij voorkeur loodrecht op de hoofdingang van de horeca-uitbating, gehandhaafd worden.
Windschermen kunnen de terraszone afbakenen. Enkel windschermen aangeleverd door het gemeentebestuur zijn toegelaten. De gemeente stelt de windschermen ter beschikking van de horeca-uitbater, zorgt voor het opstellen en wegnemen ervan. Het is niet toegelaten om wijzigingen, publiciteit of optekeningen aan te brengen op de windschermen.
De verschillende elementen van het terrasmeubilair (tafels, stoelen, tenten, parasols, ...) dienen op elk individueel terras van hetzelfde type te zijn. Op het terrasmeubilair mag publiciteit aangebracht worden, doch voor de totaliteit van het terrasmeubilair beperkt tot 1 merknaam.
De horeca-uitbater bewaakt dagelijks de netheid van zijn terraszone alsook de onmiddellijke omgeving ervan en zal alle eventuele afval en materialen die tot overlast zorgen verwijderen zoals beschreven in hoofdstuk 3.4 van het algemeen politiereglement van de politiezone Vlaamse Ardennen.
Het is niet toegelaten om vloerbekleding aan te brengen op de terraszone en of voorwerpen door middel van boren of kappen te verankeren in het openbaar domein.
Artikel 5:
Handhaving:
Het college van burgemeester en schepenen kan de toelating schorsen of intrekken bij het niet naleven van het reglement of om redenen van algemeen belang.
De voorafgaande waarschuwing, de schorsing of intrekking wordt schriftelijk en aangetekend aan de horeca-uitbater bezorgd.
Bij intrekking van de vergunning dient de horeca-uitbater de terraszone binnen de 24u na ontvangst van het aangetekend schrijven te ontruimen.
Indien hieraan niet wordt voldaan zal het gemeentebestuur het terras (laten) ontruimen op last van de horeca-uitbater.
De horeca-uitbater dient de geldende wetgeving, en in het bijzonder het algemeen politiereglement van de politiezone Vlaamse Ardennen, na te leven.
Het gemeentebestuur is in geen geval aansprakelijk voor schade, ongevallen, letsels, ... ten gevolge van een horecaterras op het openbaar domein.
Indien schade is vastgesteld aan het openbaar domein of de geleverde windschermen ten gevolge van de horecaterras zullen de kosten voor herstelling of vervanging verhaald worden op de horeca-uitbater.
Het verkrijgen van de vergunning voor het plaatsen van horecaterrassen op het openbaar domein stelt de horeca-uitbater niet vrij van het verkrijgen van andere vergunningen die nodig zouden zijn voor de uitbating of inrichting van de horecaterras.
De gemeente staat in voor de bewaking van de openbare rust, veiligheid, gezondheid en kan alle maatregelen nemen tegen het verstoren van de openbare orde (met inbegrip van overlast), inclusief het nemen van politiemaatregelen. De gemeente is zich bewust van de noodzaak van een goed georganiseerd bestuur, hetgeen onder andere betekent dat de gemeente over de nodige reglementen en verordeningen beschikt, waarbij de naleving wordt gehandhaafd.
Het is nodig om de risico’s die de inplanting en de exploitatie van clubhuizen van motorclubs met zich meebrengen (o.a. het aan- en afrijden van lawaaierige voertuigen, ‘s nachts en overdag, wildparkeren, geluidsoverlast, enz.) te controleren ter vrijwaring van de openbare rust en veiligheid.
Er heerst een historische rivaliteit tussen motorbendes en gelijkaardig georganiseerde, hiërarchische gestructureerde bendes, hun supportclubs, leden en sympathisanten.
Ingevolge de bestuurlijke aanpak van criminele motorbendes in Nederland en Duitsland hebben zich tal van clubhuizen van motorbendes gevestigd in België of dit willen doen. De gemeenten binnen de provincie Limburg en Antwerpen treden bestuurlijk op tegen de vestiging van motorbendes door het invoeren van reglementen op motorclubhuizen. Tal van motorbendes zijn ook gevestigd in de provincie Oost-Vlaanderen en er is sprake van een verplaatsing van de motorbendes vanuit Nederland en Duitsland naar provincies in België, maar ook van een verschuiving tussen de gemeenten onderling.
Uit de aard van bovenvermelde elementen blijkt dat de leden van motorbendes confrontaties op plaatsen en evenementen, privaat dan wel besloten, niet schuwen en elkaar met wapens bevechten. Het risico op provocatie of confrontatie tussen rivaliserende motorclubs, maar ook het uitoefenen van criminele praktijken in de clubhuizen is reëel.
De gemeente heeft de plicht om toe te zien op de veiligheid van haar burgers en inwoners. Het doel van deze politieverordening is om motorbendes en straatbendes die veelal hiërarchisch zijn gestructureerd, te weren uit de gemeente om de verstoring van de openbare orde met inbegrip van overlast tegen te gaan.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, 41, 63 en 286 tot 288.
De Nieuwe Gemeentewet, in het bijzonder artikelen 119, 119bis, 133, 134quater en 135§2.
De wet van 24 juni 2013 betreffende de administratieve sancties en de uitvoeringsbesluiten.
Het Algemeen Politiereglement van de gemeenten van de politiezone Vlaamse Ardennen, goedgekeurd door de gemeenteraad van Kruisem op 10 mei 2021.
De wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen.
De wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens.
De wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden.
De wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Artikel 1:
Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder volgende begrippen verstaan:
1.1. Motorclub: een hiërarchisch gestructureerde groep van twee of meer personen gekenmerkt door een gemeenschappelijke ideologie of groepscultuur die naar de buitenwereld wordt veruitwendigd door het gebruik van gemeenschappelijke kenmerken, zoals symbolen, clubemblemen, colors, tatoeages, materialen, voertuigen, kledij, foto’s en ongeacht het effectieve bezit of gebruik van een motor;
1.2. Clubhuis: een ruimte of locatie waar een bijeenkomst van een motorclub plaatsvindt.
1.3. Exploitant: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon, al dan niet eigenaar, die een clubhuis, in feite of in rechte faciliteert of uitbaat.
1.4. Organisator: de natuurlijke persoon of personen, de feitelijke vereniging of de rechtspersoon, die een bijeenkomst van een motorclub in feite of in rechte organiseert.
1.5. Deelnemer: de natuurlijke persoon die aanwezig is op een bijeenkomst van een motorclub.
1.6. Brandveiligheidsonderzoek: dit is een onderzoek naar de brandveiligheid
1.7. Stedenbouwkundig onderzoek: dit onderzoek omvat een screening van de stedenbouwkundige of omgevingsvergunningen afgeleverd voor het onroerend goed (of van de vergund geachte toestand van het onroerend goed – bij ontstentenis van stedenbouwkundige vergunningen) waarbij de focus ligt op de functie van het goed. Een positieve uitkomst van dit onderzoek heeft echter geen regulariserende waarde en kan ook niet aangewend worden om mogelijke stedenbouwkundige overtredingen te rechtvaardigen.
1.8. Onderzoek naar de milieuwetgeving: dit onderzoek omvat een screening van de milieu – of omgevingsvergunningen afgeleverd voor het onroerend goed. Een positieve uitkomst van dit onderzoek heeft echter geen regulariserende waarde en kan ook niet aangewend worden om mogelijke milieu overtredingen te rechtvaardigen.
1.9. Onderzoek naar de vestigingsformaliteiten: dit onderzoek omvat een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten als ondernemer (zoals de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, beroepskaart, nodige kennis van het bedrijfsbeheer, nodige beroepskennis) en/of enige andere vergunningen of attesten die wettelijk voorgeschreven zijn.
1.10. Moraliteitsonderzoek: dit onderzoek zal gebeuren door de lokale politie en bestaat uit: een onderzoek naar de gerechtelijke en politionele antecedenten
1.11. Financieel onderzoek: dit bestaat uit een onderzoek naar de betaling van alle verschuldigde gemeentelijke facturen, van welke aard ook; een onderzoek gebaseerd op feiten of gebaseerd op een proces-verbaal, of er ernstige aanwijzingen zijn van fraude; een onderzoek naar de herkomst van gelden waarmee investeringen worden gedaan in de inrichting, en/of waarmee de aankoop gefinancierd wordt.
Artikel 2:
Exploitatievergunning
2.1. Onverminderd de hogere wetgeving moet een exploitant van een clubhuis voor het openen, het openhouden of het heropenen van een clubhuis in het bezit zijn van een exploitatievergunning afgeleverd door de burgemeester[1].
2.2. De exploitatievergunning is geldig zolang aan alle voorwaarden van onderhavig reglement, alsook aan alle specifieke voorwaarden opgelegd in de exploitatievergunning, is voldaan.
2.3. De exploitatievergunning wordt afgeleverd aan een exploitant voor een welbepaalde vestigingseenheid. De exploitatievergunning kan niet worden overgedragen aan een andere exploitant of naar een andere vestigingseenheid.
2.4. De exploitatievergunning kan eventueel beperkt worden in tijd.
2.5. De burgemeester kan beslissen om in de exploitatievergunning bijzondere voorwaarden op te nemen afhankelijk van de specifieke omstandigheden, zoals de aard of de ligging van het clubhuis. Bijzondere voorwaarden kunnen onder meer zijn: de verplichte installatie van één of meerdere bewakingscamera’s, de inzet van bewakingsagenten, het instellen van een toegangscontrole op basis van een lidkaart.
2.6. De exploitatievergunningen moet steeds op eerste vordering van een bevoegde controlerende ambtenaar ter inzage worden voorgelegd en afgegeven.
2.7. De exploitant is verplicht alle wijzigingen in het clubhuis die een verandering uitmaken ten opzichte van de veiligheid en alle wijzigingen van gegevens opgegeven in de aanvraag onmiddellijk te melden aan de burgemeester.
Artikel 3:
Vergunningsaanvraag
3.1. Voor het verkrijgen van de exploitatievergunning dient de exploitant, aangetekend of tegen ontvangstbewijs, een schriftelijke aanvraag in bij de burgemeester tenminste 60 dagen voor de geplande opening.
De aanvraag tot het verkrijgen van een exploitatievergunning bestaat minstens uit:
(vroeger: model 2) van de exploitant en de organisator en van de organen en/of vertegenwoordigers van de rechtspersoon;
3.2. Op basis van deze stukken vraagt de burgemeester aan de bevoegde diensten een stedenbouwkundig onderzoek, een onderzoek naar de milieuwetgeving, een onderzoek naar de vestigingsformaliteiten, een brandveiligheidsonderzoek, een moraliteitsonderzoek en financieel onderzoek.
De bevraagde diensten stellen de burgemeester in kennis van de resultaten. De exploitatievergunning en andere vergunningen worden gelijktijdig afgeleverd of geweigerd.
Voor het moraliteitsonderzoek en financieel onderzoek, zal de burgemeester bij de aanvrager volgende bijkomende stukken opvragen:
De burgemeester kan bepalen dat nader te bepalen documenten overhandigd moeten worden.
3.3. De aanvraag is onvolledig wanneer de voornoemde documenten ontbreken. De aanvrager beschikt over een termijn van 30 kalenderdagen na mededeling van dit feit, om de ontbrekende documenten in te dienen.
3.4. De aanvraag is slechts ontvankelijk wanneer voldaan is aan volgende ontvankelijkheidsvoorwaarden:
3.5. Een nieuwe aanvraag van dezelfde exploitant of dezelfde organisator, voor dezelfde plaats én voor dezelfde bestemming, volgend op een onontvankelijke of geweigerde aanvraag, kan ten vroegste zes maanden na de datum vermeld in de weigerings- of onontvankelijkheidsbeslissing worden ingediend, op straffe van onontvankelijkheid.
Deze nieuwe aanvraag dient vergezeld te zijn van de bevestiging ondertekend door de exploitant en de organisator, dat alle voorwaarden vermeld in dit reglement vervuld zijn.
3.6. Binnen een termijn van 90 kalenderdagen, na de melding van een ontvankelijke aanvraag, wordt een beslissing genomen. Indien gerechtvaardigd door de complexiteit van het dossier, mag deze termijn éénmaal met maximaal dezelfde duur worden verlengd.
Om dwingende redenen van algemeen belang, met name de openbare orde en veiligheid, bescherming van consumenten, eerlijkheid van handelstransacties, fraudebestrijding, bescherming van het milieu en stedelijk milieu, wordt bij het uitblijven van een beslissing binnen de vastgestelde of verlengde termijn, de vergunning geacht te zijn geweigerd.
Artikel 4:
Voorwaarden
4.1. De organisatie of de exploitatie van een clubhuis of de deelname aan een bijeenkomst van een motorclub is verboden, tenzij aan de hiernavolgende voorwaarden is voldaan:
Als in dit onderzoek wordt vastgesteld dat er verschillende vaststellingen en/of veroordelingen zijn, kan het onderzoek als ongunstig worden beschouwd.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente en de politie. Hiervoor kunnen bijkomende inlichtingen bij andere diensten worden ingewonnen.
4.2. Er wordt een moraliteitsonderzoek uitgevoerd dat onder meer een politioneel en/of administratief[6] onderzoek betreft naar vaststellingen en/of veroordelingen, al dan niet met uitstel, opschorting, eenvoudige schuldverklaring voor inbreuken op feiten zoals omschreven in:
het Strafwetboek, met uitzondering van de overtredingen in Titel X; de Drugswet[7]; de Wapenwet[8] ; de Wet Private Militie[9]; de Vreemdelingenwet[10]; de fiscale en sociale wetgeving; de camerawetgeving; vestigingsvoorwaarden; de wet op racisme of xenofobie.
De hiernavolgende personen moeten aan een gunstig onderzoek voldoen: de organisator, de deelnemer de exploitant, de organen en/of de vertegenwoordigers van de exploitant of de organisator, andere personen die in welke hoedanigheid ook deelnemen aan een motorclub of de exploitatie van een clubhuis, in voorkomend geval ook op de personen vermeld op de ledenlijst.
Als in dit onderzoek wordt vastgesteld dat er verschillende vaststellingen en/of veroordelingen zijn, kan het onderzoek als ongunstig worden beschouwd.
Deze voorwaarden worden gecontroleerd door de gemeente en de politie. Hiervoor kunnen bijkomende inlichtingen bij andere diensten worden ingewonnen.
4.3. De vereiste van de positieve beoordeling van dit artikel geldt gedurende de ganse duur van de exploitatie.
Artikel 5:
Weigeringsgronden voor de exploitatievergunning
De burgemeester weigert de exploitatievergunning:
Artikel 6 :
Verval van rechtswege van de exploitatievergunning
De exploitatievergunning vervalt van rechtswege:
Artikel 7:
Modaliteiten van exploitatie
7.1. Op eerste verzoek van de lokale politie of de gemeente dient de organisator, bij gebreke hieraan de exploitant, de volledige en actuele deelnemerslijsten van de bijeenkomsten van de motorclub gedurende de laatste zes maanden te overhandigen.
7.2. Het clubhuis moet tijdens een bijeenkomst onmiddellijk zowel van binnen als van buiten zonder tussenkomst van een derde toegankelijk zijn met het oog op de toegang van controle- en hulpverleningsdiensten.
7.3. Het is verboden om ramen van een clubhuis tijdens de bijeenkomsten van de motorclub op enige wijze ondoorzichtig te maken (bijvoorbeeld: door er voorwerpen te plaatsen, de ramen met folie te bekleden, de gordijnen of de (rol)luiken te sluiten).
7.4. Indien camerabewaking opgelegd is in de exploitatievergunning of naderhand, moet de exploitant of zijn aangestelde tijdens het openhouden van het clubhuis minstens één bewakingscamera in werking hebben die duidelijk herkenbare beelden opneemt van iedere toekomende bezoeker.
Een automatische tijdsregistratie is hierbij verplicht. De voorschriften vermeld in de camerawet tot regeling van de plaatsing en het gebruik van bewakingscamera’s alsmede de uitvoeringsbesluiten, zijn integraal van toepassing.
Artikel 8 :
Administratieve sancties en maatregelen
8.1. De inbreuken op deze verordening worden gesanctioneerd met een van de volgende gemeentelijke administratieve sancties overeenkomstig de wet van 24 juni 2013 betreffende de administratieve sancties en uitvoeringsbesluiten.
8.2. Tevens kan het college van burgemeester en schepenen het clubhuis tijdelijk of definitief sluiten:
8.3. De maatregelen opgelegd door het college worden door de politie betekend of met een aangetekende brief ter kennis gebracht aan de overtreder. Het niet naleven van een maatregel van het college wordt bovendien bestraft met een administratieve sanctie.
Artikel 9 :
Overgangsbepalingen
De bestaande clubhuizen en/of VZW’s krijgen 3 maanden de tijd, te rekenen vanaf ingangsdatum van dit reglement, voor het indienen van hun aanvraag tot exploitatievergunning.
Artikel 10 :
Dit reglement zal overeenkomstig de artikelen 286 tot 288 van het decreet lokaal bestuur worden afgekondigd en bekend gemaakt.
Artikel 11 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc op de webtoepassing van de gemeente.
[1] Op basis van Art. 133 al.2 NGW en Art. 63 Decreet Lokaal Bestuur kan de burgemeester beslissen om de zaak die geopend werd in strijd met art. 3 te verzegelen. De burgemeester is immers belast met de uitvoering van de politiewetten, de politiedecreten, de politieordonnanties, de politiebesluiten en de politieverordeningen. Art. 283 SW stelt: “Wanneer zegels, op bevel van het openbaar gezag gelegd, zijn verbroken, worden de bewaarders, wegens enkele nalatigheid, gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden.” Art. 284 SW stelt: “Hij die opzettelijk zegels verbreekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van zes maanden tot twee jaar, en indien het de bewaarder zelf is, of de openbare ambtenaar die de verzegeling heeft gelast of verricht, wordt gestraft met gevangenisstraf van een jaar tot drie jaar. (...)” Art. 283 en volgende van het strafwetboek beschermen alle zegels die door een overheid overeenkomstig de bepalingen van een wet of een reglement werden gelegd (Cass. 20 okt 1941).
[2] Ultimate Beneficial Owners: ingevoerd door de antiwitwaswet van 18 september 2017 met verplichting voor vernootschappen, VZW’s en stichtingen om toereikende, accurate en actuele informatie over hun uiteindelijke begunstigden in te winnen en bij te houden.
[3] Conform 305 WIB zijn de belastingplichtigen die aan de personenbelasting, vennootschapsbelasting of aan de rechtspersonenbelasting zijn onderworpen gehouden ieder jaar aan de administratie der directe belastingen een aangifte te doen. Nadien volgt het aanslagbiljet.
[4] Volgens de website van de FOD Financiën moet een belastingplichtige gedurende zeven jaar zijn aanslagbiljet bewaren.
[5] Het doel van het verder financieel onderzoek is om de herkomst van de financiering te achterhalen. We willen hiermee voorkomen dat gelden van criminele oorsprong gebruikt worden om te investeren in de legale economie. De betrokkene zal dus de legale herkomst van zijn financiële middelen moeten kunnen aantonen.
[6] Bij arrest nr. 193.442 van 19/05/2009 heeft de Raad van State geoordeeld: “Er bestaat geen bezwaar tegen dat het bestuur bij de beoordeling van het gevaar dat iemands wapenbezit voor de openbare orde en veiligheid kan opleveren, rekening houdt met feiten die niet tot een strafrechtelijke veroordeling hebben geleid. Het strafrechtelijk vermoeden van onschuld staat daar niet aan in de weg. Dit belet evenwel niet dat het bestuur zijn beslissing moet steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die relevant zijn en met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld.” M.a.w. in een moraliteitsonderzoek is er geen bezwaar om rekening te houden met feiten waarvoor een proces-verbaal werd opgesteld, maar die nog niet geleid hebben tot een strafrechtelijke veroordeling. Dit werd nogmaals bevestigd in het arrest nummer 203.093 van 20/04/2010 van de Raad van State.
[7] De wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen.
[8] De wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens, BS 9 juni 2006.
[9] De wet van 29 juli 1934 waarbij de private milities verboden worden, BS 6-7 augustus 1934.
[10] De wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, BS 31 december 1980.
- de hernieuwing van het vroegere subsidiereglement werd uitgesteld in afwachting van het klimaatactieplan en de opmaak/keuze van het actieprogramma hierin;
- voor de afbakening van het in aanmerking te nemen gebied wordt gekozen voor een actualisatie - de perimeter van het inrichtingsplan Meilegem-Zingem, zijnde het aaneengesloten gebied van circa 225 ha tussen de grens van de gemeente Gavere, de Dijkstraat, de Nederzwalmsesteenweg en de Bovenschelde - en dit rekening houdend met de doelstellingen voor het gebied: een voorbeeldfunctie te vervullen inzake natuureducatie, natuurontwikkeling en natuurgericht landbouwbeheer;
- binnen dit gebied reeds het erkende natuurreservaat Grootmeers ligt, er reeds verschillende biologische waardevolle stukken (Kleinmeers, Rijtbosch, Mesureput, Grootmeers, Peeter Bulck) als een parelsnoer langsheen de Bovenschelde zich konden ontwikkelen (door o.a. de acties uit het inrichtingsplan, de afbakening als VEN-gebied, het gevoerde beheer,…) en de verschillende schakels verbonden worden door het natuurleerpad; ook de provinciale overheid binnen dit gebied langsheen de Coupure gronden aankocht in functie van de creatie van oeverzones, deels gericht op natuurontwikkeling;
- de verdere natuurontwikkeling in het gebied ook een fikse meerwaarde en aantrekking vormt op het gebied van natuurbeleving, zachte recreatie,…- dat dit uitgerekend de voorbije jaren de waarde van natuur dichtbij nog sterker tot uiting kwam;
- jaarlijks een beperkt budget zal worden voorzien onder de jaarbudgetrekening ACT-261/0340-00/6640000 met de intentie, indien een aanvraag zich voordoet via begrotingswijziging de nodige middelen te voorzien.
- de artikelen 41 en 162 van de Grondwet;
- de artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen;
- de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen;
- het bestuursdecreet van 7 december 2018;
- het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, inzonderheid hoofdstuk IV, de maatregelen ter bevordering van het natuurbehoud;
- het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 betreffende de natuurbeheerplannen en de erkenning van natuurreservaten;
- de beslissing van de gemeenteraad van Zingem van 23 december 1993 tot goedkeuren van het subsidiereglement voor de aankoop van natuurgebieden te Zingem door erkende natuurverenigingen;
- de beslissing van de gemeenteraad van 14 februari 2022 tot goedkeuring van het klimaatadaptatieplan van Kruisem;
jaarbudgetrekening ACT-261/0340-00/6640000 met de intentie, indien een aanvraag zich voordoet via begrotingswijziging de nodige middelen te voorzien
Artikel 1:
De gemeenteraadsbeslissing van 23 december 1993 tot vaststelling van het subsidiereglement voor de aankoop van natuurgebieden te Zingem door erkende natuurverenigingen wordt opgeheven.
Artikel 2:
Met ingang van 15 februari 2022 kan het gemeentebestuur subsidies verlenen voor de aankoop van gronden in de gemeente Kruisem in functie van natuurontwikkeling.
Artikel 3: aanvraagcriteria
Om in aanmerking te komen voor subsidie moet aan de volgende criteria voldaan zijn:
Artikel 4: aanvraagprocedure
De aanvraag tot het bekomen van een subsidie wordt ingediend bij het college van burgemeester en schepenen met volgende stukken:
Artikel 5: subsidiebedrag
Voor de berekening van het subsidiebedrag worden alle kosten in aanmerking genomen (aankoop en bijhorende kosten). De globale gemeentelijke subsidie per aankoop bedraagt maximum 10 % van de globale prijs, met een maximum van € 0,5/m².
Wanneer er voor dezelfde gronden ook een subsidie bekomen wordt van Europa, Vlaamse Gewest of provincie Oost-Vlaanderen mag de gezamenlijke toelage de globale kost (aankooprijs inclusief bijkomende gerelateerde kosten) niet overschrijden.
Artikel 6: beslissingsprocedure en uitbetaling
Binnen de negentig dagen na datum van ontvangst wordt door het college van burgemeester en schepenen de beslissing genomen of de aanvraag wel dan niet in aanmerking komt voor subsidie en wordt het bedrag vastgelegd. Van deze beslissing wordt de aanvrager in kennis gesteld.
De subsidie zal, na de het effectief verlijden van de akte, van zodra mogelijk worden uitbetaald. Het gemeentebestuur is geenszins interesten verschuldigd voor een eventuele laattijdige uitbetaling van de subsidie.
Artikel 7: verbintenissen van de aanvrager van de subsidie
De aanvrager van de subsidie verbindt er zich toe:
Een afschrift van het goedgekeurde natuurbeheerplan van de betrokken percelen, wordt zo vlug mogelijk aan de afdeling omgeving van de gemeente overgemaakt.
Artikel 8: controle en sancties
Indien blijkt dat de onjuiste gegevens werden opgenomen in de aanvraag of indien blijkt dat dit reglement niet correct werd nageleefd, of bij onteigening door een overheidsinstantie, kan het college van burgemeester en schepenen de toegekende subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.
De verworven percelen mogen niet worden vervreemd, verpacht of in erfpacht gegeven tenzij via een machtiging door het college van burgemeester en schepenen.
De terreinbeherende verenigingen dienen steeds het toezicht en plaatsbezoek van de betrokken gronden door de gemeentelijke ambtenaren toe te staan.
Artikel 9: betwistingen
Het college van burgemeester en schepenen beslist over alle betwistingen met betrekking tot de toepassing van dit reglement.
Artikel 10: bekendmaking
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Een afschrift van de beslissing wordt overgemaakt aan de actueel erkende terreinbeherende natuurvereniging actief – Natuurpunt - in het gebied.
Op 8 april 2019 onderschreef Kruisem het Europees Burgemeestersconvenant.
In uitvoering van dit Europees Burgemeestersconvenant dient Kruisem een klimaatplan 2022-2030 op te stellen.
Het klimaatplan dient enerzijds een mitigatieplan te bevatten en anderzijds een adaptatieplan.
Huidig voorliggend plan betreft een adaptatieplan. Het proces voor het mitigatieplan is lopende en het plan komt later voor ter goedkeuring.
Het adaptatieplan voorziet in strategieën om voorbereid te zijn op de gevolgen van een veranderend klimaat zoals hittestress, wateroverlast en droogte.
De maatregelen (deel 4 van het plan) zijn ingedeeld in 5 categorieën :
- geïntegreerde aanpak voor een klimaatbestendige gemeente
- klimaatbestendige inrichting van de publieke ruimte (met focus op de kernen)
- private gebouwen en tuinen / klimaatgezonde wijken
- bedrijventerreinen
- landbouw
Aan de maatregelen zal uitvoering worden gegeven via diverse acties. Zo zijn momenteel reeds een aantal acties in voorbereiding die de adaptatiedoelstellingen moeten realiseren van het op 8 november 2021 onderschreven Lokaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030.
De beslissing wordt genomen rekening houdende met het advies van de milieuraad dd. 18 januari 2022.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, artikel 2, 40 en 41.
Het gemeenteraadsbesluit van 8 april 2019 inzake de goedkeuring ondertekening van het burgemeestersconvenant 2030.
Het gemeenteraadsbesluit van 8 november 2021 inzake de ondertekening van het Lokaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030.
bijlage 1 : adaptatieplan
bijlage 2 : advies milieuraad
1) het voorliggend klimaatadaptatieplan goed te keuren
2) concrete acties te realiseren zoals ook gedefinieerd in de doelstellingen van het eerder ondertekende lokaal klimaat- en energiepact
3) de nodige middelen te voorzien om de acties te kunnen realiseren.
Een van de klimaatadaptatiemaatregelen is het versterken van groenblauwe netwerken.
Het aandeel private tuinen in Kruisem is aanzienlijk en het vergroenen van deze tuinen levert een bijdrage aan de realisatie van het groenblauw netwerk.
De inwoners van Kruisem kunnen jaarlijks via de groepsaankoop van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen plantgoed aankopen.
Het gemeentebestuur wil de inwoners aanmoedigen tot meer groenvoorzieningen in eigen tuin en dit via een tegemoetkoming bij deelname aan de boomplantactie van het Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen.
Voorgesteld wordt om per deelnemend gezin 10 EUR subsidie/adres te verlenen en dit telkenmale men deelneemt aan de jaarlijkse boomplantactie.
Hiertoe budget voorzien wordt via de jaarbudgetrekening ACT-261/0380-00/6496000.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu, inzonderheid hoofdstuk IV, de maatregelen ter bevordering van het natuurbehoud.
Het Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, artikel 41, 23° mbt het vaststellen van subsidiereglementen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het burgemeestersconvenant door Kruisem onderschreven op 8 april 2019 waarbij er een engagement is voor enerzijds mitigatie (40% CO2-reductie tegen 2030) en anderzijds adaptatie (aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering).
Het lokaal klimaat- en energiepact door Kruisem onderschreven op 8 november 2021. Een van de doelstellingen tegen 2030 betreft werf 1 ‘laten we een boom opzetten’. Concreet wordt er gestreefd naar 1 boom extra per Vlaming, 1/2 m haag of geveltuinbeplanting per Vlaming en één extra natuurgroenperk per 1000 inwoners (cijfers van 2021-2030).
Artikel 1
Met ingang van 1 maart 2022 verleent het gemeentebestuur aan Kruisemnaren die deelnemen aan de boomplantactie van Regionaal Landschap Vlaamse Ardennen een subsidie.
Artikel 2 : Subsidie
Het subsidiebedrag bedraagt per deelname aan de boomplantactie 10 EUR/adres.
Er dient voor min. 10 EUR plantgoed aangekocht.
De aanplant dient uitgevoerd op grondgebied Kruisem.
Er kan ieder jaar deelgenomen worden aan de boomplantactie en men heeft ook ieder jaar recht op subsidie.
Artikel 3 Procedure
De subsidie wordt automatisch verrekend bij de afhaling en betaling van het bestelde plantgoed.
Het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Kruishoutem dateert van 2006; het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van Zingem dateert van 2009. Met de fusie tussen beide gemeenten is er meer dan voordien nood aan een modernisering van de ruimtelijke visie en dit voor het grondgebied Kruisem in relatie met haar omgeving.
In het meerjarenplan 2020-2025 is de opmaak van een Gemeentelijk Beleidsplan Ruimte voor de gemeente Kruisem voorzien; dit ter vervanging en modernisering van de bestaande Gemeentelijke Ruimtelijke Structuurplannen van enerzijds Kruishoutem en anderzijds Zingem. Het doel van dit beleidsplan ruimte is om tot een ruimtelijke visie voor Kruisem te komen, waarbij de leefkwaliteit van de kernen gevrijwaard en verbeterd wordt, de open ruimte beschermd en versterkt wordt en de weg van de duurzame mobiliteit verder bewandeld wordt.
Artikel 2.1.11 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening stelt in §1 dat de gemeenteraad het besluit tot opmaak van het gemeentelijk beleidsplan ruimte dient te nemen; het college van burgemeester en schepenen neemt de nodige maatregelen voor de opmaak en vaststelling ervan.
Het college van burgemeester en schepenen heeft Veneco aangesteld voor de opmaak van dit beleidsplan ruimte en dit vanuit het principe van de kostendelende vereniging. Veneco beschikt over een team met de nodige knowhow en ervaring in de opmaak van gemeentelijke ruimtelijke beleidsplannen, kent de gemeente en kan dit aanbieden aan een interessante kostprijs (gezien er geen BTW dient betaald te worden). Veneco heeft zich recent nog versterkt met extra deskundigen om bijkomende opdrachten voor opmaak van beleidsplannen aan te kunnen. Veneco heeft een opdrachtnota en kostennota bezorgd aan de gemeente voor de opmaak van dit beleidsplan ruimte; deze zijn in bijlage aan het besluit van het college gekoppeld.
Het beleidsplan ruimte zal - zoals de regelgeving oplegt - vertrekken vanuit een ruimtelijke visie (op lange termijn) die in kader van deze opdracht wordt uitgewerkt in (minstens) 2 beleidskaders: 1 voor de kernen (afbakening, identiteit, gewenste ontwikkeling,..) en 1 voor het open ruimte gebied. Daarbij zal ook aandacht besteed worden aan een visievorming voor ruimte voor sport en recreatie en ruimte voor ondernemen.
Teneinde de impact van bepaalde ruimtelijke keuzes op strategisch niveau te kunnen inschatten, wordt ervoor gekozen de opmaak van een (strategisch) plan-MER aan het beleidsplan ruimte te koppelen. Veneco heeft geen MER-deskundigen in huis en heeft hiertoe een raamovereenkomst met Antea Group afgesloten.
Het communicatieluik zullen Veneco en de gemeente zoveel mogelijk zelf op zich nemen. Indien er specifieke vraag zou komen op bepaalde momenten, kan er nog beroep gedaan worden op een extern communicatiebureau (dit is niet opgenomen in de kostennota).
Artikel 1:
De gemeenteraad beslist tot de opmaak van een gemeentelijk beleidsplan ruimte voor Kruisem. Dit beleidsplan zal minstens uit een langetermijnsvisie en 2 beleidskaders bestaan; er zal tevens een strategisch plan-MER gekoppeld worden aan het beleidsplan.
Artikel 2:
De gemeenteraad geeft opdracht aan het college van burgemeester en schepenen om de nodige stappen te ondernemen om een beleidsplan ruimte op te (laten) maken en de goedkeuringsprocedure hiervoor te voeren.
Artikel 3:
De gemeenteraad neemt kennis van de aanstelling van Veneco voor de opmaak van het beleidsplan ruimte.
De federale regering wil investeren in de spoorinfrastructuur en wil bekijken welke alternatieven er zijn voor de niet-geëlektrificeerde spoorlijnen in ons land.
De federale regering wenst het treinaanbod te verbeteren (bv één trein per uur en meer treinen ’s avonds en in het weekend).
De federale regering heeft de ambitie om de CO2 uitstoot tegen 2030 met 55% te verminderen, om tegen 2050 klimaatneutraal te zijn.
De huidige diesellocomotieven van de NMBS voldoen al sinds 2005 niet meer aan de Europese uitstootnormen (zie studie).
Tussen Eeklo en Ronse rijdt er op zondag maar één trein per uur.
Het aanbod avondtreinen op de lijn Ronse-Eeklo is eveneens zeer beperkt.
Met 2.195.295 treinkilometer per jaar, is de treinlijn Ronse-Eeklo met voorsprong de drukst gebruikte niet-geëlektrificeerde spoorlijn voor personenvervoer in België. Dit is zelfs ruim meer dan alle andere niet-geëlektrificeerde lijnen voor personenvervoer samen: Charleroi-Couvin (650 000), Gent-Geraardsbergen (625 000) en Aalst-Burst (37 566) komen samen slechts aan 1 312 566 treinkilometer per jaar (zie studie).
Uit een analyse van Transport & Mobility Leuven blijkt dat een snelle en volledige elektrificatie van de treinlijn Ronse-Eeklo met voorsprong de hoogste ‘maatschappelijke baten’ oplevert[1]. Opmerkelijk is hierbij dat een elektrificatie tegen 2025 een hogere maatschappelijke winst oplevert dan tegen 2035: €145 miljoen tegenover €107 miljoen.
Uit dezelfde analyse blijkt dat bijna 70% (!) van de totale maatschappelijke baten om het Belgische personenvervoer per trein te elektrificeren enkel en alleen geboekt worden op de treinlijn Ronse-Eeklo.
[1]Deze analyse vergelijkt elektrificatie in 2025, elektrificatie in 2035, een behoud van dieseltreinen, het invoeren van batterijtreinen en het invoeren van waterstoftreinen. Verder houdt deze analyse ook rekening met investeringen in infrastructuur en nieuwe treinstellen en houdt men ook rekening met een kostprijs voor uitstoot (zie studie, p68-69)
Het federale regeerakkoord van 30 september 2020.
De beleidsverklaring van de minister van mobiliteit van 12 november 2020.
De studie ‘Elektrificatie van het Belgische spoorwegnet of het gebruik van andere duurzamere vervoerswijzen om de dieseltractie te vervangen’ van 11 december 2020 (uitgevoerd door Transport & Mobility Leuven, in opdracht van de FOD Mobiliteit).
Vraagstelling:
Daarom roept de gemeenteraad van 14/02 het college van burgemeester en schepenen op om :
Een schrijven met deze motie te richten aan:
Met de vraag om:
De voorzitter sluit de zitting op 14/02/2022 om 21:16.
Aldus vastgesteld en beslist in zitting van heden.
De agenda is afgehandeld.
Vanwege de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Kris Nachtergaele
Algemeen directeur
Joop Verzele
Burgemeester-voorzitter