De voorzitter opent de zitting op 07/07/2025 om 19:30.
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De notulen van de vergadering van 10 juni 2025 worden goedgekeurd.
De Vlaamse regering keurde op 26 mei 2023 het Lokaal Materialenplan 2023-2030 goed, als opvolger van het Uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval 2016-2022 (UHAGBA).
Dit nieuw plan legt onder andere een restafvaldoelstelling op te halen tegen 2030 van 100 kg/inw/jaar op Vlaams niveau (omgerekend naar doelstellingen voor elke gemeente/stad en intercommunale). Voor Kruisem ligt de doelstelling op 90 kg/inw/jaar, voor Imog alsintercommunale ligt de doelstelling op 97 kg/inw/jaar.
In 2024 was de ingezamelde hoeveelheid restafval in Kruisem 105,34 kg/inwoner en voor IMOG gemiddeld 131,40 kg/inwoner.
Het plan stelt ook dat er overal in Vlaanderen een selectieve inzameling van bioafval moet georganiseerd worden. Die verplichting ging principieel in vanaf 1 januari 2024.
De noodzaak van deze selectieve inzameling van bioafval is nogmaals bevestigd door de sorteeranalyse huisvuil 2019-2021. Op Vlaams niveau bevat het huisvuil per inwoner, zijnde 119 kg, nog 47 kg recycleerbaar bioafval. Dit deel kan omgezet worden in waardevolle en duurzame compost of kan vergist worden. Hierdoor eindigt veel minder huisvuil bij de verbrandingsoven en wordt er een significante verlaging van het restafvalcijfer bekomen.
De Imog-regio vroeg gemotiveerd een afwijking voor de afzonderlijke inzameling van GF bij Ovam tot 1 januari 2026.
Dit werd opgenomen in het Imog-implementatieplan, samen met een voorstel voor de tarieven voor het inzameling van restafval aan huis - de tarieven in Kruisem werden als basis gebruik - en een voorstel voor de aanpak van de inzameling van GF(t) afval.
IMOG voorziet ook een afzonderlijk aanbod uit te rollen voor gelijkaardig bedrijfsafval zodat dit ook cijfermatig kan afgescheiden worden – een gedeelte van die afvalstroom zit soms nog in de restafvalcijfers van huishoudelijk en vergelijkbaar bedrijfsafval.
Het IMOG implementatieplan, waarin een maximale uniforme aanpak centraal staat, werd bekrachtigd door de gemeenteraad op 16 oktober 2023.
Op basis van een goedgekeurd Imog-implementatieplan verleende Ovam op 15 december 2023 aan Imog een afwijking voor de inzameling van bioafval tot 1 januari 2026.
Op 9 mei 2025 vond er in Imog een algemeen comité voor de burgemeesters plaats betreffende de uitrol van het Imog-implementatieplan bij het Lokaal Materialenplan UHAGBA 2023-2030 die van start gaat op 1 januari 2026, dit met de bedoeling om een regionaal uniformer verhaal te bewerkstellingen.
Imog heeft in de Raad van Bestuur van 15 mei 2025 de modaliteiten voor de uitrol van het Lokaal Materialenplan en dus de verdere uitwerking van het implementatieplan goedgekeurd (punt 2.4.1).
Welke zaken wijzigen t.a.v. het retributiereglement zoals goedgekeurd dd. 19 december 2022.
De tarieven:
Systemen / verrekening:
De retributietarieven inzake de reguliere afvalinzameling zijn een gemeentelijke bevoegdheid.
De voorstellen zijn gebaseerd op de uitdagingen, de wenselijkheid van een goede/betere integratie van het principe de vervuiler betaalt, de logische keuze voor een uniformere aanpak binnen de IMOG regio. De ontvangsten en uitgaven van de gemeente moeten in evenwicht gehouden worden. Het hernieuwen van deze retributie is budgettair noodzakelijk.
Voor het innen van de retributies werd met de goedkeuring van de agenda van de algemene vergadering van IMOG een bijkomende beheersoverdracht gesloten.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41, 286, 287, 288, 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (het materialendecreet) van 23 december 2011.
Het besluit van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (het Vlarema) van 17 februari 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering tot goedkeuring van het uitvoeringsplan voor huishoudelijk afval en gelijkaardig bedrijfsafval van 26 mei 2023 (het lokaal materialenplan).
De Beslissing gemeenteraad van 13 mei 2019 – keuze intergemeentelijk samenwerking, volledige beheersoverdracht naar IMOG en de navolgende beslissing van de gemeenteraad van 18 november 2019 tot uitbreiding beheersoverdracht naar IMOG voor de inrichting en uitbating van de recyclageparken.
De beslissing van de gemeenteraad van 19 december 2022 tot goedkeuring van het retributiereglement huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval.
De beslissing van de gemeenteraad van 9 oktober 2023 tot bekrachtiging van de beslissing van de RVB van IMOG tot goedkeuring van het IMOG-implementatieplan voor de uitrol van het lokaal materialenplan.
De beslissing van de gemeenteraad van 7 april 2025 tot goedkeuring van de agenda van de algemene vergadering van IMOG van 20 mei 2025 en de beslissing van de algemene vergadering van IMOG van 20 mei 2025 met o.a. de uitbreiding van de beheersoverdracht naar IMOG in het kader van de inning van retributies.
Artikel 1:
Het gemeenteraadsbesluit van 19 december 2022 tot vaststelling van het retributiereglement huishoudelijk afval en vergelijkbaar bedrijfsafval – inzameling en verwijdering van restafval via de huis-aan-huisinzameling en het gebruik van de betalende gedeeltes van de intergemeentelijke recyclageparken wordt met ingang van 1 januari 2026 opgeheven.
HUIS- AAN- HUISINZAMELING
Artikel 2:
Er wordt een retributie geheven op het ophalen en verwijderen van huisvuil dat via de huis-aan-huisinzameling wordt opgehaald beginnend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2028.
Artikel 3: restafval
§1. Voor de beheerskost van de basisdienstverlening
€ 2/begonnen maand/aansluitingspunt voor de huis-aan-huisinzameling van restafval met een maximum van € 24/jaar
§2. Voor het ophalen en verwijderen van restafval dat via de huis-aan-huisomhaling wordt opgehaald – prijs per aanbieding en per kg:
| Volume container |
Retributie per aanbieding (€) |
Retributie per kg (€) |
| 40 l |
0,16 |
0,34 |
| 120 l |
0,32 |
0,34 |
| 240 l |
0,63 |
0,34 |
§3. Voor het ophalen en verwijderen van het restafval in zakken – enkel samen met de toegewezen diftar rolcontainer aan te bieden – dat via de huis-aan-huisophaling wordt opgehaald - prijs per aangekochte zak:
| Volume zak |
Retributie per zak (€) |
| 50 l |
2,5 |
§4.
De retributie is verschuldigd voor ieder aansluitingspunt in het kader van de gemeentelijke dienstverlening inzake huis-aan-huisinzameling van de restfractie van het huishoudelijk afval en naar aard en hoeveelheid vergelijkbaar bedrijfsafval.
Artikel 4: GF(t)
§1. De GF(t)keukenafvalemmers van 25 l voor gezinnen worden gratis geleverd en kunnen ook verkregen worden op de intergemeentelijke recyclageparken van Imog, na het ondertekenen van een jaarovereenkomst voor de huis-aan-huisophaling. Pas na de betaling van de rekening van retributie start de ophaling.
§2. De inning voor de GF(t)keukenafvalemmer (25 l) gebeurt door het maken van een rekening per jaar voor de aanvang van het gebruik van de emmer van 1,25euro per ophaalbeurt ongeacht het aantal aanbiedingen.
Artikel 5: PMD
Het bedrag van de retributie wordt als volgt vastgesteld: voor het ophalen en verwijderen van PMD via de huis-aan-huisophaling wordt bij aankoop van de zakken de kostprijs aangerekend:
| Volume PMD zak |
Retributie per zak (€) |
| 90 l |
0,25 |
| 120 l (enkel scholen) |
0,30 |
Artikel 6: Inning van de retributie
Aan elk aansluitingspunt wordt voor de start van de ophaling of voor de start van het nieuwe jaar een betalingsuitnodiging verstuurd. De rekening van retributie wordt betaald na voorlegging van de betalingsuitnodiging. Op de rekening van retributie worden de verschillende retributies zoals voorzien onder artikel 3 en 4 afzonderlijk weergegeven.
De inning van de retributie gebeurt door, voor de aanvang van de ophaling, de provisie vermeld op de betalingsuitnodiging te betalen. Wanneer tijdens het gebruik de ondergrens van 25 % van de provisie wordt bereikt zal een nieuwe betalingsuitnodiging met de rekening van retributie worden overgemaakt.
De ophaling van de betreffende fractie start pas na betaling van de retributie. De ophaling stopt wanneer het saldo van de betaalde provisie 0 bereikt.
De bevoegdheid om de retributies in te vorderen is overgedragen aan IMOG.
Artikel 7: Indexering
Alle retributies worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari met de gezondheidsindex van 1 november van het voorgaande jaar.
Artikel 8:
Bij gebrek aan betaling in der minne, wordt het niet-betwiste gedeelte van de retributie ingevorderd overeenkomstig de bepalingen in art. 177 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017. Het betwiste gedeelte van de retributie wordt ingevorderd overeenkomstig de regels van de burgerlijke rechtspleging.
INTERGEMEENTELIJKE RECYLCLAGEPARKEN
Artikel 9:
Er wordt een retributie geheven op het gebruik van de betalende gedeeltes van de intergemeentelijke recyclageparken voor een termijn beginnend op 1 januari 2026.
Artikel 10 : zones
Het intergemeentelijk recyclagepark in de Melkerijstraat is ingedeeld in een betaalzone en een niet-betaalzone. Als er betalend afval wordt aangeboden dient men in te wegen voor de betaalzone en uit te wegen of tussen te wegen bij het verlaten van de betaalzone. Alle betalende materialen worden gewogen Het verschil in gewicht wordt gehanteerd om de kost van het afval aan te rekenen.
Het intergemeentelijke recyclagepark in de Bekestraat heeft een globale zone. Hier kunnen enkel de gratis fracties (uitgezonderd recycleerbaar hout) en zacht groenafval aangeboden worden. Voor het zacht groenafval wordt een volumeschatting wordt gehanteerd en omrekening à € 1,22/50 l.
Artikel 11: retributie per fractie
Het bedrag van de retributie wordt als volgt samengesteld:
§1. De afvalfracties in de groene groep zijn gratis:
*niet op het IGRP Kruisem - Bekestraat
§2. De afvalfracties in de oranje groep: 0,07 euro/kg
§3. De afvalfracties in de rode groep: 0,34 euro/kg
Artikel 12: gratis quota
Voor de bezoeken aan de intergemeentelijke recyclageparken wordt er jaarlijks een gratis quotum van 500 kg groenafval en een gratis quotum van 200 kg hechtgebonden asbestcement toegekend per gezin.
Artikel 13: inning van retributies
§1. De retributie voor het betalend gedeelte van het intergemeentelijk recyclagepark Melkerijstraat wordt direct ter plekke betaald bij het verlaten van het betalend gedeelte.
§2. Bij aanvoer van verschillende betalende fracties in 1 weging, wordt voor het totale gewicht afval de retributie aangerekend van de aangevoerde afvalsoort met de duurste retributie.
§3. Per bezoek aan het betalend gedeelte van het intergemeentelijk recyclagepark wordt een minimumbedrag aangerekend van 2 euro als deelname in de exploitatiekosten, met uitzondering van de gratis fracties, de gratis hoeveelheid van de fracties zacht groen en hechtgebonden asbestcement.
Artikel 14: Indexering
Alle retributies worden jaarlijks geïndexeerd op 1 januari met de gezondheidsindex van 1 november van het voorgaande jaar.
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 15:
De diensten van de gemeente en het OCMW zijn vrijgesteld van deze retributie.
Artikel 16:
Het college wordt gemachtigd om, in functie van een verdere intergemeentelijke aanpak en een efficiëntere werking binnen een groter geheel, een uitgebreidere beheeroverdracht te sluiten voor de inning van de retributies.
Artikel 17:
Overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur zal deze beslissing worden afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 18:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Artikel 19:
Een afschrift van deze beslissing zal worden overgemaakt aan IMOG. In samenwerking met IMOG zal een communicatie worden voorzien via de intergemeentelijke en gemeentelijke infokanalen.
De voormalige gemeenten Zingem en Kruishoutem stelden in 2017 een kerkenbeleidsplan vast. Deze beide plannen worden geïntegreerd en geactualiseerd in het voorliggende kerkenbeleidsplan.
Het doorlopen traject om te komen tot de actualisatie is uitgebreid beschreven in de inleiding van het plan en bevat o.a. systematische opvolging via het formeel overleg tussen gemeente en centraal kerkbestuur (opvolging van kerkelijke activiteiten en nevenbestemmingen in alle kerkgebouwen) en participatie van alle betrokken actoren (zoals CKB, kerkfabrieken, bisdom en pastoor, agentschap Onroerend Erfgoed,...). De brede bevolking werd eveneens betrokken via een burgerbevraging in het voorjaar 2022.
Het voorliggende kerkenbeleidsplan bevat bijgevolg een lokaal gedragen langetermijnvisie voor alle parochiekerken op het grondgebied van de gemeente. Het is in het bijzonder gebaseerd op een update van de pastorale visie en bijgevolg goedgekeurd en ondertekend door het bisdom.
Het kerkenbeleidsplan bevat de volgende gegevens:
1° een beschrijving van de betrokken kerken, met hun cultuurhistorische waarde, hun beschermingsstatuut en hun bouwfysische toestand;
2° informatie over de eigendomstoestand;
3° de situering van elke kerk in zijn ruimtelijke omgeving;
4° een beschrijving van het actuele gebruik en de actuele functie van de betrokken kerken;
5° een onderbouwde visie op het toekomstige gebruik en de toekomstige functie van de betrokken kerken, inclusief een plan van aanpak over de wijze waarop de toekomstige invulling (eredienst, valorisatie, medegebruik, neven- en herbestemming) kan worden gerealiseerd.
Het geactualiseerde kerkbeleidsplan vormt de inhoudelijke basis voor de ingediende meerjarenplannen van de kerkfabrieken en in het bijzonder voor de voorziene investeringen.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten en latere wijzigingen, in het bijzonder artikel 33/2.
De geactualiseerde pastorale visie vanuit de heilige Thomasparochie uit september 2024.
De goedkeuring van 27 mei 2025 door het bisdom van het voorliggende geactualiseerd kerkenbeleidsplan.
Artikel 1:
Het geactualiseerde kerkenbeleidsplan Kruisem goed te keuren.
Artikel 2:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem en aan het bisdom.
Artikel 3:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 17 april 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Eligius goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente (behalve voor 2026). Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 19 maart 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Bavo goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 en 2027 hoger dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien een aantal onderhoudswerken worden voorzien.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 7 april 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Dionysius goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 12 mei 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Jan Baptist goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet niet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 7 april 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Machutus goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 27 maart 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Petrus en Urbanus goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente. Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 8 april 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek St-Ursmarus goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 van de kerkfabriek is gebaseerd op het geactualiseerde kerkenbeleidsplan zoals goedgekeurd in zitting van heden. Het meerjarenplan volgt uit uitgebreid overleg tussen gemeente en Centraal Kerkbestuur (CKB), dat deze meerjarenplanning onder de kerkfabrieken coördineerde, waarbij in samenwerking tussen gemeente, CKB en kerkfabriek werd gezocht naar optimale inhoud gekoppeld aan besparingen.
De voorgelegde meerjarenplanning 2026-2031 voorziet in een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de gemeente (behalve voor 2026). Deze exploitatietoelage ligt voor 2026 lager dan in de volgende jaren van het meerjarenplan aangezien voor 2026 het resultaat van de jaarrekening is ingebracht, wat uiteraard niet mogelijk is voor de volgende jaren.
De kerkfabriek voorziet in het meerjarenplan 2026-2031 in een gemeentelijke investeringsdotatie voor volgende dossiers:
De uitvoering van de investeringen dient te worden gespreid in de tijd en de voorziene dossiers zijn slechts uitvoerbaar door de kerkfabriek na uitdrukkelijk akkoord van de gemeente, waarbij per dossier accurate ramingen en voorstellen van gunning worden voorgelegd.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het decreet van 7 mei 2004 betreffende de materiële organisatie en werking van de erkende erediensten, gewijzigd bij het decreet van 6 juli 2012.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 13 oktober 2006, houdende het algemeen reglement op de boekhouding van de besturen van de erkende erediensten en van de centrale besturen van de erkende erediensten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2012.
Het ministerieel besluit van 27 november 2006 betreffende de modellen voor de boekhouding van de besturen van de eredienst, gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2013.
De omzendbrief BB-2013/01 van 1 maart 2013 betreffende de boekhouding van de besturen van de eredienst.
Het meerjarenplan 2026 - 2031 vastgesteld op de kerkraad van 26 maart 2025.
Artikel 1:
Het meerjarenplan 2026 - 2031 van de kerkfabriek O.L. Vrouw van Bijstand goed te keuren.
Artikel 2 :
De investerings- en exploitatietoelagen zullen opgenomen worden in het meerjarenplan 2026 - 2031 van de gemeente.
Artikel 3 :
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan het centraal kerkbestuur van Kruisem.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
De gemeente Gavere nam contact op met de gemeente Kruisem ivm hun benoemingsronde van hun trage wegen.
Graag willen zij met de buurgemeenten tot een consensus komen voor de trage wegen die op gedeeld grondgebied liggen. De gemeente Gavere zal instaan voor het plaatsen van de borden en het onderhoud. De borden zullen geplaatst worden op Gavers grondgebied.
Qua naamgeving doen ze het volgende voorstel:
Voor A1 zouden wij ‘Genieterspad’ willen voorstellen omdat het zo mooi is daar. Dit is een voorstel van een lokale Asperling.
| A1 |
Scheldekant richting privé visput |
|
325 |
3 m |
https://shared.gurumaps.app/b270dc07-c716-488c-809a-f0f00e416643.html
Voor A15 werd het ‘Natte Voetenpad’ gekozen, omdat het pad geregeld onder water staat.
| A15 |
Verbinding Haagstraat - Zingem |
|
200 |
2 m |
https://shared.gurumaps.app/02404767-be0c-4288-85f4-7d2da70b67cc.html
De gemeente Kruisem stelt voor om de onderstaande procedure te volgen voor deze straatnaamgevingen en hoopt op die manier tot een consensus te komen met de gemeente Gavere. De voorgestelde trage wegen hebben tot op heden op Kruisems grondgebied nog geen naam gekregen (gecontroleerd via dienst infra).
De Cultuurraad is in deze het adviesorgaan maar volgt in al zijn adviezen ook het advies van de Heem- en Geschiedkundige Kring Hultheim.
Procedure:
de artikelen 41 en 162 van de Grondwet
de artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen
de artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen
het bestuursdecreet van 7 december 2018
het decreet van 28 januari 1977 tot bescherming van de namen van de openbare wegen en pleinen
het advies van de heem- en geschiedkundige kring Huizingouw en Hultheim van 6 juni 2025 en 26 mei 2025
het advies van de cultuurraad van 13 mei 2025
Artikel 1
De namen "Genieterspad" en "Natte voetenpad" worden aanvaard als voorlopige namen voor de trage wegen in Gavere die deels over Kruisems grondgebied lopen.
Artikel 2
Het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Gavere wordt belast met het openbaar onderzoek.
Artikel 3
De adviezen van de Kruisemse cultuurraad en de heemkundige kringen werden ingewonnen en er kwamen geen bezwaren.
Artikel 4
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de afdeling vrije tijd, die op haar beurt het afschrift bezorgt aan de dienst vrije tijd van de gemeente Gavere.
In uitvoering van het meerjarenplan 2020–2025 voorziet het lokaal bestuur Kruisem in de overdracht aan de erkende Woonmaatschappij Vlaamse Ardennen van de sociale woningen residentie “Tjolleveld” genaamd, gelegen Tjolleveld 5 en 7 te 9770 Kruisem.
De overdracht/verkoop past binnen het woonbeleidsplan waarin de gemeente de regie van het sociaal woonbeleid overlaat aan de daartoe bevoegde en erkende woonmaatschappij, conform het decreet van 9 juli 2021 en de Vlaamse Codex Wonen.
De verkoop omvat :
De site werd verworven door het OCMW bij akte van 9 april 2003, en de woningen werden gerealiseerd met een recht van opstal voor Belfius Bank (destijds Dexia Bank) bij akte van 4 juni 2004. Dit opstalrecht wordt beëindigd bij deze overdracht.
De niet-bebouwde delen van de site werden om reden van openbaar nut op 8 juni 2015 kosteloos overgedragen aan de gemeente. De bebouwde delen – zijnde de sociale woningen – bleven destijds eigendom van het OCMW en vormen thans het voorwerp van deze akte verkoop. Aangezien het hier om sociale woningen gaat die blijvend een sociale bestemming behouden en integraal worden overgenomen door de enige woonmaatschappij bevoegd op het grondgebied Kruisem, is het principe van openbare verkoop niet van toepassing. Dit is conform artikel 293 van het decreet lokaal bestuur én de richtlijnen van de omzendbrief KB/ABB 2019/3.
Gezien deze verkoop voortspruit uit de optimalisering van het patrimonium van gemeente en OCMW Kruisem waarbij slechts 1 woonmaatschappij actief kan zijn voor het werkingsgebied Kruisem en de verkoop het algemeen belang dient, wordt het voorliggend sociaal patrimonium in afwijking van artikel 293 van het decreet lokaal bestuur verkocht bij wijze van onderhandse verkoop in plaats van openbare verkoop.
Sinds 1 juli 2023 is er immers slechts nog 1 woonactor (i.e. de woonmaatschappij) per gemeente bevoegd voor sociaal wonen. Het grondgebied Kruisem behoort hierbij tot het werkingsgebied van de woonmaatschappij Vlaamse Ardennen.
Artikel 4.38, § 4 en § 5 van de Vlaamse Codex Wonen bepaalt dat de territoriaal bevoegde woonmaatschappij alle rechten van de onroerende goederen die geschikt zijn voor de sociale huisvesting die binnen haar werkingsgebied gelegen zijn, moet overnemen van de sociale huisvestingsmaatschappijen, sociale verhuurkantoren, Vlaams Woningfonds, andere woonmaatschappijen evenals deze die door een gemeente of OCMW worden aangeboden.
De lokale besturen zijn in beginsel niet verplicht om hun sociaal patrimonium over te dragen aan de bevoegde woonmaatschappij. Het OCMW Kruisem is evenwel van oordeel dat het overdragen van de bovenvermelde sociale woningen residentie "Tjolleveld" aan de woonmaatschappij Vlaamse Ardennen het efficiënt beheer van het sociaal patrimonium ten goede komt. Daarenboven wordt het onderbrengen van alle sociale woningen onder één woonactor sterk gepromoot door Wonen in Vlaanderen. Het OCMW Kruisem sluit zich dan ook bij aan bij deze visie.
De overdracht gebeurt tegen een prijs van 1.300.000 euro, wat licht afwijkt van de geschatte sociale venale waarde van 1.329.609 euro vastgesteld door de Vlaamse Belastingdienst. De afwijking wordt verantwoord op basis van volgende elementen:
De ontwerpakte, opgesteld door notaris Leen Coppejans, regelt de verkoop en de beëindiging van het opstalrecht.
De Grondwet, in het bijzonder de artikelen 41 en 162, betreffende de bevoegdheden van de gemeenten en OCMW’s.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 40, 41, 293 en 326 tot en met 341.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018, onder meer betreffende motivering, voorbereiding en bekendmaking van bestuursbesluiten.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 (VCW) en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 (BVCW), die het regelgevend kader voor woonmaatschappijen en sociaal woonbeleid bepalen.
Het Decreet van 9 juli 2021 houdende wijzigingen van diverse decreten met betrekking tot wonen, waarmee de woonmaatschappijen worden georganiseerd en erkend.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 17 december 2021 tot wijziging van diverse besluiten over wonen, in uitvoering van het decreet van 9 juli 2021.
De omzendbrief KB/ABB 2019/3 van 21 mei 2019 betreffende de regels voor verkoop, schenking of inbreng van onroerende goederen door lokale besturen zonder openbare procedure.
Het besluit van de gemeenteraad van 4 juli 2022 waarbij positief advies werd gegeven over de oprichting van de Woonmaatschappij Vlaamse Ardennen als exclusieve actor voor sociale huisvesting en sociaal verhuurkantoor op het grondgebied Kruisem.
De goedgekeurde meerjarenplanning 2020–2025, zoals aangepast in aanpassing 5 (goedgekeurd in zitting van 12 mei 2025), waarin de overdracht is opgenomen als beleidsmaatregel met bijhorende ontvangst in het financieel plan.
Het schattingsverslag dd. 4 november 2024 opgesteld door de Vlaamse Belanstingdienst, afdeling Schatting en Waardering betreffende het bepalen van de sociale venale waarde van 10 sociale woningen, residentie Tjolleveld genaamd, te 9770 Kruisem.
Het opmetingsplan dd. 12 mei 2025 opgemaakt door Landmeetkundig Studiebureel Martens te Oudenaarde.
Het ontwerp van verkoopakte door gemeente en OCMW Kruisem, met tussenkomst van opstalnemer Belfius Bank, aan BV Woonmaatschappij Vlaamse Ardennen opgesteld door Meester Leen Coppejans, notaris te Oudenaarde.
Artikel 1:
Onder voorbehoud van goedkeuring door de raad van maatschappelijk welzijn in zitting van heden van de onroerende goederen 2, 4 en 5 (hierna vermeld) keurt de gemeenteraad de ontwerpakte goed, houdende de verkoop van het wooncomplex ‘Tjolleveld’, met bijhorende gronden gelegen langs de Tjollevelddreef en Petrusstraat te 9770 Kruisem.
De gemeenteraad keurt in het bijzonder de verkoop goed van:
De verkoop door gemeente en OCMW Kruisem gebeurt tegen de totale prijs van 1.300.000 euro aan de Woonmaatschappij Vlaamse Ardennen.
De gemeenteraad keurt de ontwerpakte verkoop opgesteld door meester Leen Coppejans, notaris te Oudenaarde, goed.
Artikel 2:
De voorzitter van de Gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om de akte te ondertekenen en de gemeente te vertegenwoordigen bij de notariële verplichtingen.
Artikel 3:
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan notaris Leen Coppejans.
Artikel 3:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt de toezichthoudende overheid via de webtoepassing op de hoogte gebracht van de bekendmaking.
De gemeente Kruisem doet beroep op de dienstverlening van de provincie Oost-Vlaanderen, departement POLIS, dienst Beleid en Ondersteuning, Cel Administratieve Sancties, voor de inzet van sanctionerend ambtenaren, belast met het opleggen van de administratieve geldboetes.
De aanwijzing van 2 bijkomende sanctionerend ambtenaren is noodzakelijk om de continuïteit van de werking te verzekeren.
De aanwijzing van 2 bijkomende sanctionerend ambtenaren maakt dat de werklast bij de provinciale ambtenaren kan gedeeld worden met 2 extra krachten.
De aanwijzing van een bijkomende sanctionerend ambtenaar brengt geen bijkomende kosten met zich mee gezien het feit dat de gemeente Kruisem betaalt per behandeld dossier.
De Wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties, gewijzigd ingevolge de Wet van 21 december 2013 houdende diverse bepalingen Binnenlandse Zaken tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties en inzonderheid artikel 6.
Het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het Provincieraadsbesluit van 21 mei 2025 waarin de provincieraad Karolina Bylinka en Jantien Bruynbroeck, beiden master in de rechten en jurist bij de Cel Administratieve Sancties van de Provincie Oost-Vlaanderen, heeft voorgedragen als sanctionerend ambtenaar met betrekking tot de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS).
De schriftelijke communicatie van maandag 26 mei 2025, vanwege de provincie Oost-Vlaanderen, departement POLIS, dienst Beleid en Ondersteuning, Cel Administratieve Sancties, waarbij de gemeente Kruisem uitgenodigd wordt om Karolina Bylinka en Jantien Bruynbroeck aan te wijzen als bijkomende sanctionerende ambtenaren belast met het opleggen van de administratieve geldboetes.
Artikel 1:
Karolina Bylinka en Jantien Bruynbroeck worden aangewezen als sanctionerend ambtenaar in het kader van de Gemeentelijke Administratieve Sancties (GAS).
Artikel 2:
Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan :
- het Provinciebestuur Oost-Vlaanderen - departement POLIS - dienst Beleid en Ondersteuning - Cel Administratieve Sancties,
- de Voorzitter van het Politiecollege
- de Procureur des Konings te Gent.
Via een brief van 27 januari 2025 gaf de huidige directeur van de Gemeentelijke Basisschool De Weide Wereld aan dat hij vanaf 01 januari 2026 op pensioen zal gaan. Hij heeft de goedkeuring ontvangen van de Federale Pensioendienst.
Om te kunnen overgaan tot het opstarten van de selectieprocedure is het aangewezen om een algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs goed te keuren. De geldende rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel is immers niet van toepassing op het de directeur van het basisonderwijs.
De Vlaamse onderwijsregelgeving zelf legt zeer weinig voorwaarden op voor de aanstelling van een nieuwe directeur waardoor het aan de gemeenteraad toekomt om een algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs aan te nemen. Vanuit de hogere overheid wordt daarbij aangeraden om hiervoor zo veel als mogelijk de rechtspositieregeling van het overige gemeentepersoneel te volgen.
Het college van burgemeester en schepenen heeft in zitting van 07 april 2025 de vacature directeur basisonderwijs vacant verklaard.
Deze vacantverklaring werd bezorgd aan alle personeelsleden van alle scholen van de scholengemeenschap Schelde-Leie die reeds actief zijn en minimaal 5 jaar dienstanciënniteit in het onderwijs hebben opgebouwd. Dit resulteerde in 1 kandidaatstelling.
Na het doorlopen van de selectieprocedure blijkt dat de enige kandidaat in het algemeen totaal niet de vereiste 60% behaalde om als geslaagd beschouwd te worden voor de aanstelling als directeur basisonderwijs Gemeentelijke Basisschool De Weide Wereld.
Om te kunnen overgaan tot het heropstarten van de selectieprocedure komt het aan de gemeenteraad toe om het algemeen kader opnieuw vast te stellen.
Het nieuw ontwerp algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs werd voorgelegd aan het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité (ABOC). Het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité (ABOC) van 24 juni 2025 gaat akkoord m.b.t. het vaststellen van het algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs.
Artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid artikel 56, 57,182 en 326 tot en met 341.
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 27 maart 1991 betreffende rechtspositie personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding.
Het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs en latere wijzigingen.
Het decreet van 2 april 2004 betreffende participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad en latere wijzigingen.
Besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2007 houdende de minimale voorwaarden voor de personeelsformatie, de rechtspositieregeling en het mandaatstelsel van het gemeentepersoneel en het provinciepersoneel en houdende enkele bepalingen betreffende de rechtspositie van de secretaris en de ontvanger van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de artikelen 11, 15, 17 §1, 18, 20 , 22 en 26.
Gemeentelijke rechtspositieregeling zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 05 februari 2024 en latere wijzigingen.
Het gemeenteraadsbesluit van 7 april 2025 betreffende het goedkeuren van het algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs.
Artikel 1:
Het gemeenteraadsbesluit van 7 april 2025 betreffende het goedkeuren van het algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs wordt opgeheven en vervangen door onderhavig vastgesteld algemeen kader.
Artikel 2:
Dit kader is van toepassing bij de invulling van een vacant ambt van directeur basisonderwijs van het gemeentelijk onderwijs Kruisem, voor de school met instellingsnummer 24448.
Dit kader is niet van toepassing op personeelsleden die tijdelijk aangesteld worden ter vervanging van een tijdelijk afwezige directeur.
Artikel 3:
Er kan een wervingsreserve aangelegd worden voor de maximumduur van 2 jaar.
Kandidaten blijven in de wervingsreserve opgenomen tot de duur verstrijkt of tenzij zij zelf vroegtijdig verzoeken geschrapt te worden.
Artikel 4:
Het college van burgemeester en schepenen kiest bij de vacantverklaring of de functie zal ingevuld worden via aanwerving en/of bevordering.
Artikel 5:
Om in aanmerking te komen voor aanwerving/bevordering, moeten de kandidaten:
- voldoen aan de minimale wettelijke voorwaarden uit het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde centra voor leerlingenbegeleiding;
- slagen in een selectieprocedure.
De aanvullende aanwervings-/bevorderingsvoorwaarden voor het ambt van directeur van de gemeentelijke basisschool worden als volgt vastgesteld:
1° op de uiterste inschrijvingsdatum een dienstanciënniteit van minstens 5 jaar verworven hebben in het onderwijs als lid van het kleuter- of basisonderwijs;
2° beantwoorden aan het schoolspecifiek profiel van directeur;
Om aan het aanwervings-/bevorderingsexamen te mogen deelnemen, moeten de kandidaten op de dag van het afsluiten van de inschrijvingen voldoen aan de toelatingsvoorwaarden en aan de vastgestelde aanwervings-/bevorderingsvoorwaarden.
Het bewijs dat de kandidaten voldoen aan de diplomavereiste moet, op straf van uitsluiting van het examen, geleverd worden op de uiterste datum gesteld voor het indienen van de kandidaatstellingen.
Het bewijs dat de kandidaten aan de overige vereisten voldoen, moet uiterlijk op de datum van de aanstelling/bevordering zijn geleverd.
Het college van burgemeester en schepenen beoordeelt de geldigheid van de ingediende kandidaturen en van de voorgelegde bewijzen. Op basis van die beoordeling wordt beslist welke kandidaten definitief tot de selectieprocedure worden toegelaten. De kandidaten die geweigerd worden, worden daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht met vermelding van de reden voor de weigering.
Voor de deelname aan de selectieprocedure volstaat een kopie of een gewoon afschrift van de bewijzen.
Artikel 6:
Bij de aanstelling/bevordering van een directeur basisonderwijs in een vacante betrekking wordt steeds een proefperiode voorzien. De maximale duur van deze proefperiode komt overeen met de maximale duur zoals bepaald in artikel 42, §1, c) van het decreet rechtspositie personeelsleden gesubsidieerd onderwijs en kan worden verlengd conform de bepalingen van dit artikel. Voor de begeleiding en beoordeling van deze proefperiode kan het college een beroep doen op externen.
Uiterlijk op de vooravond van de vaste benoeming van een directeur basisonderwijs moet een attest van deelname aan een cursus voor kandidaat directeurs en/of beginnende directeurs en/of gevorderden bij OVSG (AVSG) voorgelegd worden en moet men een gunstig beoordeling ontvangen voor de 'tijdelijke aanstelling'.
Artikel 7:
Het college van burgemeester en schepenen organiseert de selecties of kan daartoe beroep doen op een extern bureau.
Een selectiecommissie die uitsluitend uit deskundigen bestaat, voert de selectie uit. Ten minste één derde van de leden van de selectiecommissie zijn deskundigen die extern zijn aan het eigen bestuur.
Het programma van de selectieproef bestaat uit ten minste een schriftelijk onderdeel en een mondeling onderdeel. Een eventueel psychosociaal-technisch onderdeel wordt afgenomen door een al dan niet extern psychosociaal consulent/psycholoog.
Om als geslaagd te worden beschouwd, moeten de kandidaten zestig procent van de punten behalen. Indien een selectiegedeelte meer dan één proef omvat, moeten zij bovendien vijftig procent van de punten behalen op elk van die proeven. Op het psychotechnische gedeelte of het assessment dienen de kandidaten de vermelding geschikt of geheel geschikt te bekomen.
De selecties zijn niet vergelijkend. De meest geschikte kandidaat wordt gekozen op basis van een volledige vergelijking van de titels en verdiensten van alle kandidaten en een uitdrukkelijke motivering in overeenstemming met de bepalingen van de Wet betreffende de uitdrukkelijke motivering van bestuurshandelingen van 29 juli 1991.
Artikel 8:
Tussen de bekendmaking van een vacature en de uiterste datum voor de indiening van kandidaturen, verlopen minstens vijftien kalenderdagen.
De datum van verzending van de kandidatuur wordt beschouwd als de datum waarop de kandidatuur is ingediend.
De datum van de poststempel of van het e-mailbericht geldt als datum van verzending. De uiterste datum van kandidaatstelling geldt op straffe van onontvankelijkheid.
Artikel 9:
De oproep tot kandidaten gebeurt door middel van externe bekendmaking van de vacature vooraf.
Het college van burgemeester en schepenen stelt na de vacantverklaring de inhoud van het vacaturebericht vast en kiest de gepaste bekendmakingskanalen.
De openverklaarde betrekking wordt gepubliceerd in ten minste twee verschillende bekendmakingskanalen.
De aanstellende overheid kiest de wijze van externe bekendmaking uit de volgende kanalen:
Het bericht vermeldt minimaal het dienstverband, de functiebenaming, het niveau en contactgegevens voor verdere informatie.
Artikel 10:
Dit besluit en de inhoud ervan worden in uitvoering van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur bekend gemaakt via de webtoepassing van de gemeente.
In toepassing van artikel 330 van het decreet lokaal bestuur wordt de toezichthoudende overheid op dezelfde dag van de bekendmaking op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.
Meer specifieke afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen, na overleg in de schoolraad, opgenomen in de infobrochure.
Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure worden bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
Het huidige schoolreglement gewoon basisonderwijs (inclusief de infobrochure) dat goedgekeurd werd op 08 juli 2024 is aan actualisatie toe.
Een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
Decreet van 18 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Decreet van 03 mei 2023 betreffende leersteun.
Model schoolreglement van de Onderwijsvereniging van de Steden en Gemeenten dient als basis voor het schoolreglement gewoon basisonderwijs.
Het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité van het gesubsidieerd officieel onderwijs van het officieel onderwijs van de gemeente Kruisem (ABOC) van 24 juni 2025.
Het overleg van de schoolraad van 17 juni 2025.
Artikel 1 :
Het schoolreglement Gemeentelijk Basisonderwijs De Weide Wereld goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 08 juli 2024 wordt opgeheven.
Artikel 2:
Het hierbij gevoegde schoolreglement wordt goedgekeurd.
Artikel 3:
Het schoolreglement wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
Artikel 4:
Het gewijzigde schoolreglement treedt in werking op 01 september 2025.
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn basisscholen een schoolreglement opstellen dat de betrekkingen tussen het schoolbestuur en de ouders en de leerlingen regelt.
Meer specifieke afspraken worden door het college van burgemeester en schepenen, na overleg in de schoolraad, opgenomen in de infobrochure.
Het schoolreglement gewoon basisonderwijs en de infobrochure worden bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
Het huidige schoolreglement gewoon basisonderwijs (inclusief de infobrochure) dat goedgekeurd werd op 08 juli 2024 is aan actualisatie toe.
Een wijziging van het schoolreglement kan ten vroegste uitwerking hebben in het daaropvolgende schooljaar, tenzij die wijziging het rechtstreekse gevolg is van nieuwe regelgeving.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
Decreet van 18 april 2018 betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs, het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding.
Decreet van 03 mei 2023 betreffende leersteun.
Model schoolreglement van de Onderwijsvereniging van de Steden en Gemeenten dient als basis voor het schoolreglement gewoon basisonderwijs.
Het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité van het gesubsidieerd officieel onderwijs van het officieel onderwijs van de gemeente Kruisem (ABOC) van 24 juni 2025.
Het overleg van de schoolraad van 12 juni 2025.
Artikel 1 :
Het schoolreglement Gemeentelijk Basisonderwijs De Bosrank goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 08 juli 2024 wordt opgeheven.
Artikel 2:
Het hierbij gevoegde schoolreglement wordt goedgekeurd.
Artikel 3:
Het schoolreglement wordt bij elke inschrijving van een leerling en nadien bij elke wijziging, ter beschikking gesteld (op papier of via een elektronische drager) aan de ouders, die ondertekenen voor akkoord.
Artikel 4:
Het gewijzigde schoolreglement treedt in werking op 01 september 2025.
Een schoolbestuur moet voor elk van zijn scholen die behoren tot het gesubsidieerd gewoon en buitengewoon basisonderwijs, buitengewoon secundair onderwijs en deeltijds beroepssecundair en op de leertijd samenwerkingsafspraken moet maken om erkend te worden of te blijven.
De school is de eerste actor binnen de leerlingbegeleiding en moet dan ook de schoolinterne leerlingenbegeleiding op zich nemen.
De school werkt hiervoor een geïntegreerd beleid op leerlingenbegeleiding uit dat een invulling en uitwerking in alle fasen van het zorgcontinuüm per begeleidingsdomein omvat.
De school is de eindverantwoordelijke van het beleid op leerlingenbegeleiding voor iedere fase van het zorgcontinuüm en wordt voor de uitvoering van haar taken ondersteund door schoolexterne instanties.
De school moet samenwerken met een centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) en moet het initiatief nemen tot het maken van samenwerkingsafspraken met een centrum.
De gemeenteraad heeft ervoor gekozen om samenwerkingsafspraken te maken met het centrum voor leerlingenbegeleiding VCLB Oudenaarde.
Het overleg tussen de directies van de school en van het centrum voor leerlingenbegeleiding heeft geleid tot samenwerkingsafspraken.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, artikelen 27,28,33,37,54 en 172 quinquies
Decreet betreffende de leerlingenbegeleiding in het basisonderwijs ,het secundair onderwijs en de centra voor leerlingenbegeleiding van 18 april 2018
Het model van schoolreglement van het Onderwijssecretariaat van de Steden en Gemeenten van de Vlaamse Gemeenschap.
Het afzonderlijk bijzonder onderhandelingscomité van het gesubsidieerd officieel onderwijs van het officieel onderwijs van de gemeente Kruisem (ABOC) van 24 juni 2025.
Artikel 1:
De Gemeentelijke Basisschool “De Weide Wereld” verlengt de hierbij gevoegde samenwerkingsafspraken met het VCLB Oudenaarde.
Overeenkomstig de artikelen 39 en 74 van het decreet lokaal bestuur dienen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn een deontologische code aan te nemen die van toepassing is op de lokale mandatarissen.
De deontologische code geeft een kader aan de lokale mandatarissen waarin zij hun mandaat moeten uitoefenen en biedt een algemene leidraad voor de lokale mandatarissen om deontologisch zorgvuldig te kunnen handelen bij de uitoefening van het mandaat, hierbij steunend op de volgende waarden : dienstbaarheid, functionaliteit, onafhankelijkheid, openheid, vertrouwelijkheid en zorgvuldigheid.
Sinds maart 2023 dienen alle steden en gemeenten in Vlaanderen verplicht een deontologische commissie op te richten. Deze commissie moet erop toezien dat de lokale politieke mandaten op een verantwoorde manier worden ingevuld.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 39, 55, 74 en 83.
Het decreet van 3 februari 2023 tot wijziging van het decreet lokaal bestuur, wat betreft de oprichting van een deontologische commissie.
Het gemeente- en OCMW-raadsbesluit van 18 november 2019 betreffende het goedkeuren van de deontologische code voor de leden van de gemeenteraad en het college van burgemeester en schepenen en gewijzigd bij gemeente- en OCMW-raadsbesluit van 11 september 2023.
Het ontwerp van nieuwe deontologische code.
Het formulier akte van voordracht van een kandidaat/kandidaten voor het mandaat van raadslid in de deontologische commissie gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn.
Artikel 1 :
Het gemeente- en OCMW-raadsbesluit van 11 september 2023 betreffende het goedkeuren van de deontologische code en de oprichting van de deontologische commissie wordt opgeheven en vervangen door onderhavig besluit.
Artikel 2 :
De deontologische code wordt goedgekeurd zoals vastgesteld in bijlage bij dit besluit.
Artikel 3 :
De deontologische commissie van de gemeenteraad en raad voor maatschappelijk welzijn wordt opgericht overeenkomstig artikel 10.2 van de deontologische code en wordt samengesteld uit 9 leden van de raad, evenredig verdeeld over alle zetelende politieke fracties en aangevuld met de voorzitter van de gemeenteraad / raad voor maatschappelijk welzijn die de functie van voorzitter van de deontologische commissie waarneemt.
De 9 mandaten worden als volgt verdeeld :
Onafhankelijke raadsleden vormen geen fractie en zijn niet vertegenwoordigd in de deontologische commissie.
De algemeen directeur of een personeelslid door de algemeen directeur daartoe aangewezen treedt op als secretaris van de deontologische commissie.
Artikel 4 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking van de lijst ad hoc op de webtoepassing van de gemeente.
De nieuwe deontologische code wordt bekendgemaakt conform de artikelen 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.
Het Decreet over het lokaal bestuur stelt dat elk lokaal bestuur moet beschikken over een ‘organisatiebeheersingssysteem’.
Een goede organisatiebeheersing komt neer op het volgende:
De algemeen directeur staat in voor het organisatiebeheersingssysteem en stelt dit vast na overleg met het managementteam.
De algemeen directeur rapporteert jaarlijks aan het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraad, de raad voor maatschappelijk welzijn en het vast bureau over de organisatiebeheersing. Die rapportering gebeurt jaarlijks uiterlijk voor 30 juni van het daaropvolgend jaar.
Deze rapportering omvat volgende onderdelen:
Het beheersrapport 2025 wordt thans ter kennisgeving voorgelegd aan de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder de artikelen 171 tweede lid, 2017 tot en met 220.
De leidraad organisatiebeheersing lokale besturen van de Vlaamse overheid.
Het kader voor organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem goedgekeurd door de gemeente- en OCMW-raad op 13 maart 2023.
Het positief advies van het Managementteam dd. 17 juni 2025 bij het beheersrapport 2024 over de organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem.
De Rapportering dd. 20 juni 2025 door de algemeen directeur over de organisatiebeheersing lokaal bestuur Kruisem.
Beheersrapport 2025 voor organisatiebeheersing Kruisem.
Artikel 1:
De gemeenteraad neemt kennis van het beheersrapport 2025 door de algemeen directeur over de organisatiebeheersing van het lokaal bestuur Kruisem.
Artikel 2 :
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
| De gemeente wil vasthouden aan het oprichten van adviesraden voor de verschillende beleidsthema’s, zo ook wat betreft het Lokaal Overleg Kinderopvang. Het lokaal overleg kinderopvang adviseert het lokaal bestuur over materies die relevant zijn voor de kinderopvang en weerspiegelt de lokale samenleving en het lokale kinderopvanglandschap. |
| De artikelen 41 en 162 van de Grondwet. Het Besluit van de Vlaamse regering van 24 mei 2013 houdende het lokaal beleid kinderopvang. |
Artikel 1:
De statuten van het Lokaal Overleg Kinderopvang zoals in bijlage aan dit besluit gehecht, worden goedgekeurd.
Artikel 2:
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de afdeling Welzijn.
Artikel 3:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Er werd op 05/02/2025 een aanvraag voor een omgevingsvergunning met nummer OMV_2025011835 ingediend voor het verkavelen van een stuk grond in 4 loten in de Korte Molenstraat 1-3, waarvan twee loten voor een open bebouwing. Loten 3 en 4 worden van de verkaveling onttrokken, nl. een deel om te voegen bij aanpalende eigendom en een deel om af te staan aan de gemeente i.k.v. opname in het openbaar domein.
De aanvraag heeft louter betrekking op de opdeling van de percelen en voorziet verder geen stedenbouwkundige handelingen.
Zoneringsgegevens - planologische bestemming
Het perceel is volgens het gewestplan Oudenaarde, vastgesteld op 24/02/1977 en gedeeltelijke wijziging goedgekeurd op 29/10/1999, gelegen binnen woongebied met cultureel- historische en/of esthetische waarde. Het perceel is gelegen langsheen de gemeenteweg ‘Korte Molenstraat’.
“De woongebieden zijn bestemd voor wonen, alsmede voor handel, dienstverlening, ambacht en kleinbedrijf voor zover deze taken van bedrijf om redenen van goede ruimtelijke ordening niet in een daartoe aangewezen gebied moeten worden afgezonderd, voor groene ruimten, voor sociaal-culturele inrichtingen, voor openbare nutsvoorzieningen, voor toeristische voorzieningen, voor agrarische bedrijven. Deze bedrijven, voorzieningen en inrichtingen mogen echter maar worden toegestaan voor zover ze verenigbaar zijn met de onmiddellijke omgeving”
“1.2.3. de gebieden en plaatsen van culturele, historische en/of esthetische waarde. In deze gebieden wordt de wijziging van de bestaande toestand onderworpen aan bijzondere voorwaarden, gegrond op de wenselijkheid van het behoud.”
Het perceel is verder niet gelegen binnen de grenzen van een APA, BPA of goedgekeurd (gemeentelijk) ruimtelijk uitvoeringsplan.
Het perceel is niet gelegen binnen een goedgekeurde, niet-vervallen verkaveling. In het verleden werd een deel van dit perceel opgenomen binnen een verkaveling, doch deze verkavelingsvergunning is ondertussen vervallen.
De beoordeling van de verenigbaarheid met de bestemming en de voorschriften ligt bij het college van burgemeester en schepenen.
Historiek
• Verkavelingsvergunning (V-13/01/Z) voor 2 loten voor open bebouwing - goedgekeurd op 25/10/2001 – vergunning is vervallen.
• Omgevingsvergunning OP/2023/00108/XM/OMV_2023082485 voor slopen van bestaand pand en bouwen van 3 ééngezinswoningen – dossier werd ingetrokken.
• Omgevingsvergunning OP/2024/00110/XM/OMV_2024078942 voor slopen van van bestaande opstallen en herbouwen van 2 ééngezinswoningen (groepswoningbouw) – dossier werd vergund door CBS dd. 21/10/2024.
De aanvrager heeft reeds een omgevingsvergunning bekomen voor het slopen van de bestaande bebouwing op het perceel en een herbouw van 2 ééngezinswoningen (groepswoningbouw waarbij woningen eerst water-en winddicht dienen te worden opgericht alvorens een overdracht kan plaatsvinden). Nu wenst de aanvrager voorafgaandelijk een verkavelingsvergunning te bekomen, om niet te moeten voldoen aan de voorafgaandelijke oprichting voor verkoop ( verplichting groepswoningbouw).
Zaak der wegen
Overeenkomstig artikel 31 van het decreet betreffende de omgevingsvergunning spreekt de gemeenteraad zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein.
Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.
De aanvraag voorziet erin om de rooilijn te wijzigen en plaatselijk te verbreden ter hoogte van de projectsite. Een deel van het privaat domein is getroffen door deze nieuwe rooilijn en zal in kader van de ontwikkeling kosteloos worden overgedragen aan de gemeente Kruisem.
Procedure – openbaar onderzoek
Het project werd onderworpen aan een openbaar onderzoek. Het project valt immers onder het toepassingsgebied van de gewone vergunningsprocedure zoals vastgelegd in artikel 11 t.e.m. 14 van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Het project, met geïntegreerde procedure inzake gewijzigde rooilijn volgens het decreet gemeentewegen, werd openbaar gemaakt volgens de regels vermeld in het uitvoeringsbesluit. Het openbaar onderzoek werd gehouden van 18/04/2025 t.e.m. 17/05/2025. Er werden geen bezwaren ingediend.
Adviezen
In het kader van de aanvraag werden onderstaande adviezen gevraagd:
PROXIMUS bracht geen advies uit binnen de gestelde termijn;
FLUVIUS bracht op 14 april 2025 een gunstig advies uit;
WYRE bracht op 14 april 2025 een gunstig advies uit;
FARYS bracht op 8 mei 2025 een gunstig advies uit;
De voorwaarden en lasten vanuit de adviezen moeten worden opgenomen in de vergunning.
Motivering
Er wordt een nieuwe verkavelingsvergunning aangevraagd voor het opdelen van de betrokken eigendom. De aanvraag handelt over het realiseren van twee bouwkavels voor residentieel wonen.
De gemeenteraad spreekt zich uit over de (nieuwe) rooilijn, het openbaar domein en toekomstig openbare wegenis in het project.
De voorgestelde rooilijnwijziging in voorliggend dossier volgt uit de voorbereidende besprekingen in kader van het project, waar het wenselijk wordt geacht om een kosteloze grondafstand op te leggen voor het optimaliseren en deels rechttrekken van de grens van het openbaar domein vooraan ter hoogte van de site van de verkaveling in de Korte Molenstraat.
De aanvraag voorziet erin om de rooilijn te wijzigen en plaatselijk te verbreden ter hoogte van de projectsite. Een deel van het privaat domein is getroffen door deze nieuwe rooilijn en zal in kader van de ontwikkeling kosteloos worden overgedragen aan de gemeente Kruisem. Daarvoor werd een rooilijnplan opgemaakt en wordt de gewijzigde rooilijn nu opgenomen in het dossier volgens de geïntegreerde procedure.
Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen (artikel 3).
Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:
1. de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;
2. de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak. Bij elke beslissing over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen wordt rekening gehouden met de doelstelling vermeld in artikel 3 van dit decreet.
Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes (artikel 4 decreet gemeentewegen):
1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;
2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;
3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;
4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend perspectief;
5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.
In het kader van de doelstelling van artikel 3 van het decreet houdende de gemeentewegen draagt het voorstel tot het wijzigen van de rooilijn bij aan de realisatie van een veilig (trage) wegennet op lokaal niveau, hoofdzakelijk op functioneel vlak (bijkomende breedte voor realisatie doorgang en optimaliseren (weg)infrastructuur).
In bestaande toestand staat het gebouw Korte Molenstraat 1 op/tegen de grens met het openbaar domein en versmalt de rijweg ter hoogte van het gebouw. Dit betreft een historisch gegroeide situatie. Nu er een afbraak en herontwikkeling wordt voorzien, is het vanuit de plaatselijke ordening wenselijk om de grens van het openbaar domein in een logische en evenwijdige lijn recht te trekken ter hoogte van de projectzone.
De nieuwe rooilijn met extra ruimte voor het inrichten van het openbaar domein in deze omgeving kan gekaderd worden binnen het algemeen belang. Het verkavelingsvoorstel betreft een kleinschalig verdichtingsproject in de nabijheid van een kern waarbij voorzien wordt in residentieel wonen. Een kwalitatieve, comfortabele aanleg van het publiek domein met voldoende breedte draagt bij aan de verkeersveiligheid in de omgeving en het verhogen van de functionele kwaliteit van het publiek domein.
Het betreft een beperkte wijziging en het rechttrekken en optimaliseren van de bestaande situatie – waarbij de sloop van de bebouwing tegen de grens met het openbaar domein een opportuniteit biedt om de rooilijn evenwijdig op gelijke breedte te realiseren zonder onregelmatige in- en uitsprongen.
Bijgevolg zijn er geen bezwaren tegen de voorgestelde wijzigingen aan de rooilijn (met beperkte verbreding) van het toekomstig openbaar domein.
Met andere woorden is de zaak der wegen met gewijzigde rooilijn – zoals opgenomen in het dossier - een toekomstgerichte handeling die het wegenbeleid van de gemeente Kruisem ten goede komt en geen afbreuk doet aan toekomstige ontwikkelingen. Er worden immers door het gevraagde geen andere projecten (bouwprojecten of verbindingen) in het gedrang gebracht.
Conform artikel 47 van het Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning neemt de gemeenteraad een besluit over de zaak van de wegen en neemt zij daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.
Het openbaar onderzoek werd georganiseerd van 18/04/2025 t.e.m. 17/05/2025. Er werden geen (0) bezwaren ingediend.
• Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
• Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, artikel 15, 31 en 32.
• Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
• Decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.
• Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.
Artikel 1
De gemeenteraad verleent haar goedkeuring aan het deel van de ‘zaak der wegen’ en de bijhorende dossierstukken in kader van de aanvraag tot een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden – Korte Molenstraat 1-3 (OMV 2025011835).
Artikel 2
De rooilijn zoals weergegeven op het betreffende rooilijnplan, d.d. 14/03/2025, opgemaakt door landmeter-expert Yves Derycke voor Derbatop bv, Kortrijkstraat 116 te 9790 Wortegem-Petegem wordt goedgekeurd. Dit rooilijnplan maakt integraal deel uit van dit besluit. Voormalig goedgekeurde rooilijnen komen te vervallen indien strijdig met voorliggende plannen.
Artikel 3
De gemeenteraad gaat akkoord met de overname van de betrokken gronden in het openbaar domein zoals aangegeven op het verkavelingsplan (lot 4) en het rooilijnplan – nl. een strook van 21m² (deel van perceel 578F).
Artikel 4
De voorwaarden en lasten met betrekking tot het (toekomstig openbaar domein) die voortvloeien uit de adviezen van de bevraagde adviesinstanties dienen overgenomen te worden in de omgevingsvergunning.
Artikel 5
De volgende lasten dienen opgenomen te worden inzake de zaak der wegen en de noodzakelijke aanpassingen rond het openbaar domein:
De kosten die voortvloeien uit de kosteloze grondafstand, met inbegrip van de aktekosten en de bijhorende leveringskosten, zijn volledig ten laste van de aanvrager. Het gemeentebestuur stelt de notaris aan.
Deze over te dragen grondstrook moet door een aannemer aangesteld door de gemeente, op kosten van de aanvrager, aangelegd worden met de volgende strikt noodzakelijke verhardingen en dit in duurzame materialen:
o Afboording van de rooilijn met een boordsteen
o De eventuele aanpassing en afwerking tussen de huidige rand van de rijweg en de boordsteen die de nieuwe rooilijn vormt
Artikel 6
De beslissing inzake de zaak van de wegen – geïntegreerd in de OMVprocedure - vervalt wanneer de daaraan gekoppelde omgevingsvergunning wordt geweigerd, wordt vernietigd in laatste administratieve aanleg of in beroep, of niet wordt uitgevoerd binnen de wettelijke termijnen (vervalt).
Artikel 7
Afschrift van dit besluit met bijhorende stukken als bijlage bij de omgevingsvergunningsaanvraag te voegen.
Op de gemeenteraad van 7 april 2025 werden de statuten van de mondiale raad goedgekeurd.
In artikel 10 (§3) van deze statuten wordt gesteld dat de bevoegdheden van het dagelijks bestuur worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement.
In artikel 15 (§1) staat dat de mondiale raad een huishoudelijk reglement zal opstellen over de structuur, werking en procedures.
Het huishoudelijk reglement van de mondiale raad bevat volgende elementen:
Het huishoudelijk reglement werd voorgelegd en goedgekeurd op de installatievergadering van de mondiale raad die doorging op 19 mei 2025.
Volgens artikel 9 van dit huishoudelijk reglement, dient het huishoudelijk reglement ter kennisname voorgelegd te worden aan de gemeenteraad.
De artikelen 41 en 162 van de Grondwet.
De artikelen 1, 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.
De artikelen 40, 41 en 326 tot en met 341 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.
Het bestuursdecreet van 7 december 2018.
De wet van 16 juli 1973 waarbij de bescherming van de ideologische en filosofische strekkingen gewaarborgd wordt (Cultuurpactwet)
Het reglement op inspraak, goedgekeurd in de gemeenteraad van de gemeente Kruisem op 10 februari 2025.
Goedkeuring statuten gemeentelijke mondiale raad 2025-2030 in de gemeenteraad van de gemeente Kruisem op 7 april 2025.
Artikel 1:
Het huishoudelijk reglement van de mondiale raad, zoals goedgekeurd op de installatievergadering van de mondiale raad van 19 mei 2025, wordt ter kennis genomen door de gemeenteraad van de gemeente Kruisem.
Artikel 2:
Een afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de afdeling Vrije Tijd.
Artikel 3:
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet lokaal bestuur brengt de gemeenteoverheid de toezichthoudende overheid op de hoogte van de bekendmaking op de webtoepassing.
Het gemeenteraadslid dat ontslag wil nemen, deelt dat schriftelijk mee aan de voorzitter van de gemeenteraad.
Het ontslag is definitief zodra de voorzitter van de gemeenteraad de kennisgeving ontvangt.
Het lid van de gemeenteraad blijft zijn mandaat uitoefenen tot zijn opvolger geïnstalleerd is, behalve als het ontslag het gevolg is van een onverenigbaarheid.
Artikel 13 van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
De schriftelijke kennisgeving dd. 3 juli 2025 van de heer Filip Geysens betreffende zijn ontslag als gemeente- en OCMW-raadslid.
De gemeenteraad neemt kennis van de schriftelijke kennisgeving van 3 juli 2025 gericht aan de Voorzitter van de gemeenteraad waarbij de heer Filip Geysens zijn ontslag aanbiedt als gemeente- en OCMW-raadslid, met ingang vanaf 15 juli 2025.
Uit recente cijfers in de pers blijkt dat slechts 19 van de 98 Vlaamse politiezones over voldoende mankracht beschikken. In de ene politiezone is het tekort al wat groter dan in de andere, maar bijna élke politiezone in Vlaanderen heeft te weinig agenten in het veld. Zeker wat betreft blauw op straat is er nog een inhaalbeweging te maken. Dat blijkt uit het meest recente jaarrapport van de federale politie.
Deze onder bemanning kan een (grote) impact hebben op de effectiviteit van het bestrijden van criminaliteit. Door de verminderde aanwezigheid van politie in bepaalde wijken kunnen misdadigers het gevoel krijgen dat ze vrij spel hebben. Ook andere vormen van overlast kunnen hierdoor toenemen met negatieve gevolgen voor de leefbaarheid van een straat, buurt, wijk of zelfs de ganse stad of gemeente.
Het invullen van het organiek kader is een bevoegdheid van de politieraad.
Daarom deze vragen aan u Mr. de burgemeester:
Vraagstelling :
De stad Izegem introduceerde het huisdierenkaartje op initiatief van de schepen bevoegd voor Dierenwelzijn. De kaart is maar zo groot als een visitekaartje – en past makkelijk in de portefeuille. Kortom, een eenvoudig hulpmiddel om ervoor te zorgen dat huisdieren goed verzorgd worden wanneer hun baasje onverwacht hulp nodig heeft.
Het gebeurt echter wel eens dat een huisdier alleen achterblijft nadat het baasje werd opgenomen in het ziekenhuis. In zo’n situatie kan de huisdierenkaart een oplossing bieden. Hulpverleners kunnen namelijk aan de hand van de huisdierkaart snel weten dat iemands huisdier alleen thuis is en kunnen dan de nodige stappen ondernemen. Op deze manier spaart men extra bezorgdheden uit bij de gehospitaliseerde persoon.
De huisdierenkaart bevat belangrijke informatie over het huisdier: een contactpersoon in geval van nood en de gegevens van de dierenarts. De kaart is klein – zo groot als een visitekaartje – en past makkelijk in de portemonnee. Kortom, een eenvoudig hulpmiddel om ervoor te zorgen dat huisdieren goed verzorgd worden wanneer hun baasje onverwacht hulp nodig heeft.
Vraagstelling :
Gelet op het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, vraagt de Vlaams Belang-fractie aan de gemeenteraad van KRUISEM de invoering van een huisdierenkaartje goed te keuren, indien niet waarom wil onze gemeente geen huisdierenkaartje.
Het gaat hier om het onveiligheidsgevoel en vandalisme in de Huttegemstraat te Kruishoutem.
Aan het Travelhotel wordt de zaal PI heel vaak of voornamelijk verhuurd voor Turkse bruiloften en laten we een kat een kat noemen het is veelal tijdens deze feesten dat er vandalisme gebeurt, jongeren verlaten de zaal en gaan dan op pad om ramen in te slaan, deuren en daken te beschadigen en zorgen voor heel wat overlast.
Het is dan ook best te begrijpen dat de inwoners daar met schrik leven en zich zorgen maken om hun veiligheid en eigendommen.
Vraagstelling :
Onze vraag is dan ook heel duidelijk:
De Karreweg, het gedeelte vanaf de Olsensesteenweg richting industriezone Zaubeek is al lang in zeer slechte staat.
Buurtbewoners, maar ook werknemers van de zone, klagen al lang en terecht over de scheve betonvakken en de geluidsoverlast en trillingen die die opleveren.
De heraanleg dringt zich dan ook op.
Vraagstelling :
Kan u aangeven wat de stand van zaken is van dit dossier? Wordt dit stuk van de Karreweg heraangelegd?
Aldus vastgesteld en beslist in zitting van heden.
De agenda is afgehandeld.
Vanwege de gemeenteraad,
Namens Gemeenteraad,
Kris Nachtergaele
Algemeen directeur
Joop Verzele
Burgemeester-voorzitter