Terug
Gepubliceerd op 14/12/2021

Notulen  Raad voor maatschappelijk welzijn

ma 08/11/2021 - 19:00 Raadzaal Kruishoutem
Aanwezig: Joop Verzele, Burgemeester-voorzitter
Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Schepenen
Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Raadsleden
Kris Nachtergaele, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Rik Vandenhove, Jan Herman, Peter Depauw, Raadsleden

De voorzitter opent de zitting op 08/11/2021 om 21:01.

  • Goedkeuren Notulen

    • Goedkeuren notulen vorige vergadering

      Aanwezig: Joop Verzele, Burgemeester-voorzitter
      Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Schepenen
      Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Raadsleden
      Kris Nachtergaele, Algemeen directeur
      Verontschuldigd: Rik Vandenhove, Jan Herman, Peter Depauw, Raadsleden
      Wetgeving

      Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.

      Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen.

      Bestuursdecreet van 7 december 2018.

       

       

      Publieke stemming
      Aanwezig: Joop Verzele, Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Kris Nachtergaele
      Voorstanders: Joop Verzele, Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

      De notulen van de vergadering van 11 oktober 2021 worden goedgekeurd.

  • Financiën

    • Algemeen

      • Besluit van de gouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Kruisem - kennisname

        Aanwezig: Joop Verzele, Burgemeester-voorzitter
        Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Schepenen
        Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Raadsleden
        Kris Nachtergaele, Algemeen directeur
        Verontschuldigd: Rik Vandenhove, Jan Herman, Peter Depauw, Raadsleden

        Overeenkomstig artikel 332, §1, derde lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, neemt de raad voor maatschappelijk welzijn kennis van het besluit van de Gouverneur tot goedkeuring van de jaarrekening over het financiële boekjaar 2020 van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn van Kruisem.

  • Mens & Welzijn

    • Reglement omtrent de opname en ten laste name van de verblijfskosten van een persoon verblijvende in een Woon- en zorgcentrum, centrum voor kortverblijf en Assistentiewoningen door het OCMW Kruisem - goedkeuring

      Aanwezig: Joop Verzele, Burgemeester-voorzitter
      Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Schepenen
      Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Raadsleden
      Kris Nachtergaele, Algemeen directeur
      Verontschuldigd: Rik Vandenhove, Jan Herman, Peter Depauw, Raadsleden
      Motivering

      Het OCMW Kruisem heeft op heden een reglement omtrent de opname en ten laste name van verblijfskosten van een persoon verblijvende in een Woon- en zorgcentrum maar geen reglement omtrent de opname en ten laste name van de verblijfskosten van een persoon verblijvende in een assistentiewoning en centrum voor kortverblijf.

      De sociale dienst stelt vast dat zij de laatste maanden geconfronteerd worden met vragen omtrent inwoners in Kruisem die hun assistentiewoning mogelijks op korte termijn niet meer zullen kunnen betalen.

      Verschillende 65-plussers uit de gemeente Kruisem wonen in woningen die onaangepast zijn voor senioren zoals een trap naar de slaapkamer, afgelegen woning, te grote tuin… en die wensen te verhuizen naar bijvoorbeeld een assistentiewoning.

      Een assistentiewoning is bedoeld voor oudere personen die nog voldoende zelfredzaam zijn om zelfstandig te wonen maar waar wel extra zorg zoals crisishulp en woonassistentie is voorzien. Dit tegenover woonzorgcentra die eerder voorzien zijn voor zorgbehoevende personen. Via assistentiewoningen kunnen woonzorgcentra ontlast worden en kunnen zij bijkomend plaats maken voor de meer zorgbehoevende personen.

      In een assistentiewoning kan een bewoners zelf thuisverpleging en mantelzorg regelen en moet men instaan voor boodschappen, maaltijden en poetsen. In een woonzorgcentrum is 24 uur zorg, eten en poetsen in de prijs is inbegrepen.

      Uitgaande van het basisprincipe dat ook een senior met een beperkt inkomen recht heeft om in een assistentiewoning te wonen en niet noodgedwongen moet kiezen voor een woonzorgcentrum is het aangeraden dat het OCMW ook een reglement maakt voor deze doelgroep.

      Een bewoner van een assistentiewoning heeft immers ook het recht om kwaliteitsvol te kunnen wonen en volwaardig te participeren aan de maatschappij.

      De dagprijs voor assistentiewoningen is in Vlaanderen heel verschillend en de samenstelling van de dagprijs varieert, zodat het vergelijken van dagprijzen niet evident is.  Globaal kan gesteld worden dat de gemiddelde dagprijs voor een assistentiewoning in Vlaanderen ongeveer 33 euro bedraagt.

      Wetgeving

      De wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van steun verleend door het Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn, in het bijzonder artikel 2 §1.

      De organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn.

      Het decreet van 22 december 2017 betreffende het lokaal bestuur.

      Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van het OCMW Kruisem van 10 mei 2021 betreffende het reglement omtrent de opname en ten laste name van de verblijfskosten van een persoon verblijvende in een Woon- en zorgcentrum door het OCMW Kruisem.

      Publieke stemming
      Aanwezig: Joop Verzele, Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck, Kris Nachtergaele
      Voorstanders: Joop Verzele, Robrecht Bothuyne, Kathleen Hutsebaut, Gerrit Depaepe, Jurgen Haustraete, Kristof Callens, Sofie Bauters, Bernard baron della Faille d'Huysse, Achiel De Coninck, Kathelijne Van Betsbrugge, Eveline Delbaere, Luc Vandenabeele, Laura Polfliet, Felix Vermeiren, Geoffrey Verleyen, Valerie Snoeck, Rita De Vuyst, Filip Geysens, Jos De Seranno, Dieter Van Malderghem, Vanessa Badisco, Martje Verbeeck
      Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

      Artikel 1:

      Het besluit van de raad voor maatschappelijk welzijn van 10 mei 2021 betreffende het reglement omtrent de opname en ten laste name van de verblijfskosten van een persoon verblijvende in een Woon- en zorgcentrum door het OCMW Kruisem wordt opgeheven.

      Artikel 2:

      De raad voor maatschappelijk welzijn van de gemeente Kruisem stelt het nieuwe reglement omtrent de opname en ten laste name van de verblijfskosten van een persoon verblijvende in een Woon- en zorgcentrum, centrum voor kortverblijf en assistentiewoningen door het OCMW Kruisem als volgt vast:

      “Artikel 1: Inleiding:

      Wanneer een persoon wordt opgenomen in een Woonzorgcentrum (WZC), centrum voor kortverblijf  (CVK) of assistentiewoning (AW) en betrokkene beschikt over onvoldoende financiële middelen om zijn/haar verblijf aldaar te bekostigen, kan een aanvraag worden ingediend bij het OCMW tot het bekomen van een financiële tussenkomst voor de vergoeding van de verblijfskosten en de maatschappelijke dienstverlening.

      Het bevoegd OCMW is het OCMW van de gemeente waar betrokkene gedomicilieerd is op het moment van zijn opname.  Indien de begunstigde voor zijn opname in Kruisem was gedomicilieerd, dan is het OCMW Kruisem bevoegd.

      De aanvrager dient voldoende vrijheid van keuze te hebben. Het OCMW Kruisem zoekt echter naar een evenwicht tussen de woonwensen van de aanvrager en het kostenplaatje, zijnde:

      • Het OCMW neemt enkel verblijfskosten en kosten ten laste voor zover het gaat om erkend Woon- en zorgcentrum en erkend Centrum voor Kortverblijf of erkende assistentiewoningen.
      • Goedkoopste éénpersoonkamer bij Woonzorgcentrum (WZC) of centrum voor kortverblijf (CVK) of goedkoopste assistentiewoning (AW)
      • Woonzorgcentra of centra voor kortverblijf: Er wordt een maximale dagprijs bepaald op basis van de dagprijs van een standaardkamer in het duurste rusthuis op het grondgebied van de gemeente Kruisem, verhoogd met 10 procent. Indien de dagprijs van het rusthuis van de aanvrager hoger is dan dit bedrag, wordt gezocht naar een ander rusthuis, dat wel voldoet aan de opgelegde maximumdagprijs, binnen de 6 maanden. Zoniet kan het OCMW Kruisem de ten laste name weigeren.

      Informatief opgenomen: Op datum van 1/1/2021 is het duurste rusthuis Home Vijvens met een dagbedrag 61,21 euro. Verhoogd met 10% komt dit op 67,33 euro.

      • Erkende assistentiewoningen: De maximale dagprijs bedraagt 35,00 euro. In deze dagprijs zitten volgende zaken inbegrepen:
        • Woonkosten
        • Dienstverlening zoals crisishulp, diensten van de woonassistentie en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

      Indien nog andere zaken zijn inbegrepen in deze dagprijs (zoals elektricitieit, gas, water, verzekeringen, maaltijden…) kunnen deze in mindering worden gebracht om de dagprijs te bepalen.

      • Uitzonderingen op de dagprijs kunnen toegestaan worden wegens billijkheidsredenen door het bijzonder comité voor de sociale dienst.

      Bijvoorbeeld de persoon is reeds 5 jaar opgenomen in de voorziening en verblijft in de goedkoopste éénpersoonskamer of woning.

      Bijvoorbeeld de persoon geniet de ondersteuning maar door gewone prijsstijging (vb indexering) stijgt deze dagprijs boven dit plafond.

      Bijvoorbeeld de persoon is reeds ten laste maar door verhuis naar een nieuwbouw stijgt de prijs van de goedkoopste éénpersoonskamer.

      Artikel 2: De aanvraag:

      De aanvraag kan worden ingediend door de betrokkene zelf, een familielid, een bewindvoerder, een belanghebbende of de directie van de voorziening waar de betrokkene wordt/is opgenomen. De aanvraag dient ingediend te worden  bij de Sociale Dienst van het OCMW Kruisem, Markt 1  te 9770 Kruisem.

      De maatschappelijk werker vraagt bij de aanvrager een aantal gegevens op betreffende de financiële en sociale situatie van de begunstigde.

      Volgende documenten met bijhorende bewijsstukken worden bij de aanvraag gevoegd:

      • Een overzicht van alle mogelijke inkomsten: pensioenen, vakantiegeld, rentes, uitkeringen aan personen met een handicap, zorgpremie voor ouderen met een zorgnood, zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (zorgverzekering), uitkering van hospitalisatieverzekering, huuropbrengsten ...;
      • Een overzicht van de roerende en onroerende goederen;
      • Het kadastraal inkomen van alle onroerende goederen;
      • Een overzicht van de opbrengsten van onroerende goederen binnen 5 jaar voor de vraag tot tussenkomst voor het verblijf in het WZC, centrum voor kortverblijf of assistentiewoning o.a. verkopen, schenkingen …
      • Een overzicht van de rekeninguittreksels van alle zichtrekening en alle spaarrekeningen van de laatste jaar 5 jaar;
      • Een ondertekend contract tussen de begunstigde en de instelling bij opname met vermelding van de opnamedatum en de dagprijs;
      • Een duidelijke toelichting van de gehanteerde tarieven;
      • Een goedkeuring van de minister van economische zaken voor de toepassing van de dagprijs;
      • Het huishoudelijk reglement van de voorziening waar de betrokkene is opgenomen;
      • Openstaande facturen bij de voorziening;
      • Eventuele gegevens van de onderhoudsplichtigen;
      • Eventuele gegevens van de bewindvoerder(s);
      • Het contract hospitalisatieverzekering + polisnummer indien de aanvrager dergelijke verzekering heeft;
      • De aanvrager ondertekent een verklaring dat de begunstigde zich niet heeft verarmd de laatste vijf jaar voorafgaand aan zijn aanvraag tot opname in de instelling;
      • De begunstigde (of zijn vertegenwoordiger) geeft het OCMW tevens een machtiging alle inlichtingen en verklaringen na te zien bij de financiële instellingen, de instellingen van de sociale zekerheid en bij openbare besturen of via de Kruispuntbank;

      Artikel 3: Sociaal en financieel onderzoek:

      Na ontvangst van de gevraagde gegevens zal de maatschappelijk werker overgaan tot een grondig sociaal en financieel onderzoek aangaande de situatie van de begunstigde.

      De maatschappelijk assistent gaat na of de begunstigde nog onroerende goederen in eigendom heeft, of er nog spaargelden beschikbaar zijn en er wordt een overzicht gemaakt van alle mogelijke inkomsten. Het OCMW zal slechts tussenkomen na uitputting van de spaargelden of andere persoonlijk kapitaal en inkomsten van de begunstigden. Ingeval de begunstigde nog een partner heeft die thuis blijft wonen, wordt individueel bekeken hoeveel de thuisblijvende partner aan spaargelden mag behouden, afhankelijk van een aantal kosten van de partner.

      Indien uit het sociaal en financieel onderzoek blijkt dat de aanvrager de kosten, verbonden aan zijn verblijf in een WZC, CVK of AW niet zelf kan betalen, wordt een vraag tot ten laste neming geformuleerd aan het  bijzonder comité voor de sociale dienst van het OCMW Kruisem. Indien het bijzonder comité voor de sociale dienst beslist maatschappelijke dienstverlening onder de vorm van ten laste name verblijfskosten in een WZC, CVK of AS, ten laste te nemen, gelden de hierna volgende bepalingen. Voor assistentiewoningen worden specifieke bepalingen uitdrukkelijk vermeld.

      Artikel 4: Het reglement:

      Het OCMW neemt de verblijfskosten en de kosten voor maatschappelijke dienstverlening van de begunstigde verblijvende in een woon- en zorgcentrum, centrum voor kortverblijf en assistentiewoning ten laste onder de voorwaarden hierna bepaald.

      Afdeling 1 Kosten ten laste genomen door het OCMW

      Artikel 1 Algemeen: kosten voor verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening

      Onder “kosten voor verblijf, verzorging en maatschappelijke dienstverlening”, wordt verstaan:

      -          In het geval van WZC of CVK: de kosten voor verblijf, voeding, verzorging van de begunstigde in een éénpersoonskamer;

      -          In het geval van AW: de kosten van de dagprijs van een assistentiewoning;

      In deze kosten zijn volgende zaken inbegrepen: woonkosten en dienstverlening zoals crisishulp, diensten van de woonassistentie en onderhoud van de gemeenschappelijke delen.

      Indien nog andere zaken zijn inbegrepen in deze dagprijs (zoals elektriciteit, gas, water, verzekeringen, maaltijden…) kunnen deze in mindering worden gebracht om de dagprijs van de woning te betalen. Dit gebeurt in overeenkomst met vastgestelde tarieven door het OCMW Kruisem.

      -          De kosten voor elektriciteit, gas en water, indien niet inbegrepen in de dagprijs (assistentiewoningen)

      -          De kosten voor familiale verzekering en verzekering van inboedel, indien niet inbegrepen in de dagprijs (assistentiewoningen)

      -          De kosten voor medische verzorging (huisarts, specialist, tandarts), doch beperkt tot (het remgeld voor) prestaties die voorkomen op de nomenclatuur van het RIZIV;

      -          De kosten voor paramedische verzorging (kinesitherapie, logopedie) doch beperkt tot (het remgeld voor) prestaties die voorgeschreven werden door een geneesheer en die voorkomen op de nomenclatuur van het RIZIV;

      -          De farmaceutische kosten, doch beperkt tot (het remgeld voor) prestaties die voorgeschreven werden door een geneesheer;

      -          De kosten voor ziekenvervoer;

      -          De kosten van hospitalisatie op basis van een verblijf in een meerpersoonskamer;

      -          De kosten voor pedicure en manicure doch beperkt tot (het remgeld voor) prestaties die voorgeschreven werden door een geneesheer;

      -          De kosten voor kunstmatige voeding op voorschrift van de geneesheer kunnen aangerekend worden aan het OCMW. De kosten van kunstmatige bijvoeding worden niet ten laste genomen en blijven ten laste van de bewoner;

      -          De bijdragen aan de mutualiteit;

      -          De bijdragen aan de Vlaamse Zorgverzekering.

      Meer informatie in verband met de medische kosten en de staving hiervan vindt u in artikel 4 van dit reglement.

      Artikel 2 Bijkomende kosten

      Volgende bijkomende kosten worden ten laste genomen:

      -          De kosten voor een identiteitskaart en noodzakelijke pasfoto’s;

      -          De kosten voor aansluiting kabeldistributie (Tv abonnement);

      -          De kosten voor aansluiting van een basisinternetverbinding (in geval van assistentiewoning);

      -          De kosten voor poets- of thuishulp aan huis met een maximum van 4 uur per week (in geval van assistentiewoning);

      -          De kosten voor afvalophaling (in geval van assistentiewoning);

      -          De kosten voor het aanmaken van noodzakelijke naam labels om kledij te labelen, indien dit niet inbegrepen in de kosten van het verblijf.

      Indien bijzondere omstandigheden dit vereisen, kan het OCMW bijkomende kosten ten laste nemen welke niet vermeld zijn in artikel 1 (bijv. bril, hoorapparaat, tandprothese, orthopedische materiaal…).

      Hiertoe wordt op voorhand een schriftelijke en behoorlijk gemotiveerde aanvraag aan het OCMW gericht, de aanvraag is (mede) ondertekend door de begunstigde of zijn wettelijke vertegenwoordiger. De aanvraag dient vergezeld te zijn van een bestek en indien van toepassing medisch voorschrift. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verhouding prijs-kwaliteit van het materiaal (geen luxeartikelen).

      Het OCMW behoudt zich het recht voor om bijkomend alle inlichtingen in te winnen die het nodig acht. Over de aanvraag wordt beslist door het bijzonder comité voor de sociale dienst. Het deelt zijn beslissing binnen de 30 dagen na ontvangst van de aanvraag aan de begunstigde mee die deze beslissing desgevallend kan aanvechten zoals voorzien in de wet.

      Een kopie van de beslissing wordt aan de instelling bezorgd in geval van WZC en CVK.

      Artikel 3 Kosten die uitgesloten zijn van tenlastename

      Onverminderd het bepaalde in artikel 2 worden uitdrukkelijk uitgesloten, de kosten voor :

      -          WZC en CVK: Verzorgingsmateriaal en incontinentiemateriaal mogen niet aangerekend worden aan het OCMW en het zakgeld van de bewoner. Deze kosten zijn conform de regelgeving van het RIZIV vervat in het forfait dat het woonzorgcentrum ontvangt.

      Elementaire toiletartikelen die door de instelling ter beschikking worden gesteld mogen de bewoner niet aangerekend worden. Indien een tandenborstel niet ter beschikking wordt gesteld door de instelling wordt een standaardtandenborstel wel ten laste genomen.

      -          Niet-medische lichaamsverzorging zoals kapper, esthetische verzorging...;

      -          Ontspanningsactiviteiten, tabak, dranken …;

      -          Kledij;

      -          Huur van een koelkast en televisie;

      -          Aansluiting telefoon, internet, abonnements- en gesprekskosten van de telefoon en internet (abonnement van de kabeldistributie wordt wel ten laste genomen) in het geval van assistentiewoningen wordt een basisinternetverbinding wel ten laste genomen;

      -          kosten die verband houden met de exploitatie van een woonzorgcentrum (overeenkomstig M.B. van 14 februari 2007). Deze kosten mogen ook niet verhaald worden op het zakgeld van de resident. Het K.B. van 30 april 2004 bepaalt welke kosten in geen geval op het zakgeld van de resident mogen verhaald worden.

      Met deze kosten wordt onder meer bedoeld elektriciteits- en verwarmingskosten, kosten voor het schilderen en behangen van de kamer, de kosten voor aankoop van meubilair, het elektriciteitsverbruik van individuele toestellen zoals radio, tv, koelkast, kosten voor verzekeringspolissen;

      Artikel 4 Staving medische kosten

      Alle kosten dienen gestaafd te worden met correcte medische attesten. Opdat het OCMW deze ten laste zou nemen, gelden volgende bepalingen. De maandelijks kostenstaat is niet van toepassing voor bewoners van assistentiewoningen.

      -          kosten voor de medische verzorging : de oplegkosten (remgeld) van de huisarts, specialist, tandarts vallen ten laste van het OCMW doch beperkt tot prestaties die voorkomen op de nomenclatuur van het RIZIV.

      Voor de begunstigde wordt de derdebetalersregeling toegepast zodat, mits het nodige bewijs van de mutualiteit van wat het persoonlijk aandeel van de begunstigde betreft, enkel deze remgelden worden gefactureerd op de maandelijkse kostenstaat;

      -          kosten voor paramedische verzorging : de oplegkosten van de kinesist, logopedist vallen ten laste van het OCMW doch beperkt tot prestaties die voorgeschreven werden door een geneesheer en die voorkomen op de nomenclatuur van het RIZIV;

      Voor de begunstigde wordt de derdebetalersregeling toegepast zodat, mits het nodige bewijs van de mutualiteit van wat het persoonlijk aandeel van de begunstigde betreft, enkel deze remgelden worden gefactureerd op de maandelijkse kostenstaat.

      -          farmaceutische kosten : de voorkeur dient gegeven te worden aan generische medicatie. Enkel het remgeld van correct medicatie voor de begunstigde, voorgeschreven door een geneesheer worden ten laste genomen door het OCMW.

      Op de lijst van de medicatie dient de handtekening, datum en stempel van de apotheker vermeld te staan of de originele factuur dient bezorgd te worden. Zo niet worden deze kosten niet terugbetaald.

      Toiletartikelen die bij de apotheker worden besteld, zijn ten laste van de bewoner, tenzij op voorschrift van de arts (bijv. ingeval van ernstige doorligwonden).

      Voor sommige dure geneesmiddelen moet de bewoner enkel het remgeld betalen aan de apotheker op voorwaarde dat er een attest van een geneesheer of adviserende geneesheer van de mutualiteit is bijgevoegd.  Zonder attest van de geneesheer of adviseur kunnen de kosten van deze geneesmiddelen niet aangerekend worden aan het OCMW.

      -          kosten van ziekenvervoer: de kosten voor ziekenvervoer vallen ten laste van het OCMW. Mits het nodige bewijs van de mutualiteit van wat het persoonlijk aandeel van de begunstigde betreft, kunnen deze remgelden gefactureerd worden op de maandelijkse kostenstaat.

      -          kosten van hospitalisatie op basis van een verblijf in een meerpersoonskamer : de kosten van de hospitalisatiefacturen op een gemeenschapskamer vallen ten laste van het OCMW. De factuur wordt rechtstreeks naar de instelling gestuurd. De factuur wordt verrekend op de maandelijkse factuur.

      Enkel de opleg voor een meerpersoonskamer wordt door het OCMW terugbetaald. Indien de begunstigde verkiest op een éénpersoonskamer te verblijven, zullen de supplementaire kosten niet door het OCMW worden gedragen.

      Alle teruggaven van een hospitalisatieverzekering van een begunstigde, worden als inkomen gestort naar de instelling (in geval van assistentiewoningen naar de budgetrekening van de begunstigde zelf) en worden verrekend op de maandelijks factuur.

      Tijdens een opname van een begunstigde in een ziekenhuis wordt het gewaarborgd zakgeld verder uitbetaald, waardoor de begunstigde verder in staat wordt gesteld om zijn persoonlijke kosten (dranken, telefoon,...) zelf te bekostigen.

      -          ambulante verzorging : aan de hand van het getuigschrift van verstrekte hulp (verzamelgetuigschrift) dient een teruggave bekomen te worden bij de mutualiteit.

      Het OCMW neemt het wettelijk remgeld ten laste mits de nodige bewijsvoering van de betaalde factuur en de teruggave door de mutualiteit.

      -          Labokosten:

      Het remgeld voor noodzakelijke labokosten aangevraagd door een geneesheer worden door het OCMW ten laste genomen.

      -          kosten van pedicure/manicure : de oplegkosten vallen ten laste van het OCMW doch beperkt tot maximaal 1 X per maand en voor prestaties die voorgeschreven werden door een geneesheer.

      Het OCMW neemt het wettelijk remgeld ten laste mits de nodige bewijsvoering van de betaalde factuur en de teruggave door de mutualiteit.

      -          uitzonderlijke medische kosten : het aanschaffen van medisch materiaal (hoorapparaat, tandprothese, bril, orthopedische materiaal…) dient op voorhand aangevraagd te worden aan het OCMW.

      De aanvraag dient vergezeld te zijn van een bestek en medisch voorschrift. Hierbij dient rekening gehouden te worden met de verhouding prijs – kwaliteit van het materiaal (geen luxeartikelen). Over de aanvraag wordt beslist door het bijzonder comité voor de sociale Dienst.

      Voor de kosten van medische, paramedische en ambulante verzorging en voor de kosten van ziekenvervoer en van de pedicure/manicure neemt het OCMW het remgeld te laste mits de nodige bewijsvoering van de betaalde factuur en de teruggave door de mutualiteit.

      Enkel het remgeld wordt teruggevorderd van het OCMW. Indien er geen teruggave is van de mutualiteit, dient een bewijs te worden afgeleverd door de mutualiteit dat er geen teruggave is.

      Indien de facturen niet vergezeld zijn van de nodige bewijzen worden deze terug overgemaakt aan de instelling of de begunstigde zelf in het geval van assistentiewoningen.

      Artikel 5  Staving bijkomende kosten en bijdragen

      Voor de bijkomende kosten en bijdragen waarvoor het OCMW de kosten ten laste zou nemen, gelden volgende bepalingen :

      -          bijdragen aan de mutualiteit : mutualiteitsbijdragen (reservefonds, lidmaatschap) vallen ten laste van het OCMW. Bijkomende betalingen aan de mutualiteit (voorbeeld hospitalisatieverzekering) dienen apart schriftelijk aangevraagd te worden aan het bijzonder comité voor de sociale dienst.

      -          bijdragen aan de Vlaamse Zorgverzekering : de bijdragen aan de Vlaamse Zorgverzekering vallen ten laste van het OCMW.

      -          waskosten: (enkel van toepassing bij WZC en CVK)

      • Rusthuislinnen: de kosten voor de was van rusthuislinnen mogen niet worden aangerekend aan het OCMW en de bewoner. Deze kosten worden geacht inbegrepen te zijn in de ligdagprijs.
      • Persoonlijk linnen: de kosten voor de was van persoonlijk linnen (forfait) mogen aangerekend worden aan het OCMW, tenzij deze inbegrepen zijn in de ligdagprijs.

      Voor de ten laste name van deze kosten dient de aanvraag uitdrukkelijk bijgevoegd te worden bij de aanvraag van de ten laste name. Deze dient vergezeld te zijn met een raming van de gemiddelde kost op maandbasis.

      Indien er kinderen of onderhoudsplichten zijn zal er gevraagd worden aan hen om de waskosten van het persoonlijk linnen op hen te nemen om op die manier de kosten te drukken.

      • Kosten voor droogkuis zijn ten laste van de bewoner.

      -          bijkomende kosten : alle andere kosten worden als persoonlijke kosten aanzien en dienen van het zakgeld betaald te worden. Indien dit onmogelijk is wegens ontoereikendheid van het zakgeld, dient vooraf een gemotiveerde aanvraag voor ten lastename ingediend worden bij het OCMW.

      Afdeling 2 Persoonlijk aandeel van de begunstigde

      Artikel 6  Inkomen

      De begunstigde staat maandelijks zijn volledig inkomen af aan het WZC of CVK. Dit inkomen wordt gebruikt voor de betaling van de verblijfskosten in de instelling. Het OCMW betaalt enkel de opleg op het inkomen. Het inkomen mag niet worden gebruikt om andere schulden af te betalen.

      In het geval van assistentiewoningen kan het OCMW enkel een tussenkomst verlenen wanneer het beheer van de inkomsten gebeurt via het systeem I, door een aangesteld bewindvoerder of wanneer de betrokkene in budgetbeheer is bij de sociale dienst van het OCMW. Bij tussenkomst in de verblijfskosten wordt het beheer van de middelen door de begunstigde van de tussenkomst of zijn familie stopgezet, tenzij dit in kader van een officiële aanstelling gebeurde. Alle resterende spaargelden worden doorgestort naar de rekening in kader van systeem I, budgetbeheer of naar de bewindvoerder. Alle andere rekeningen op naam van de aanvrager worden afgesloten.

      Het OCMW komt slechts tussen na uitputting van de spaargelden, het persoonlijk kapitaal en de lopende inkomsten van de begunstigde.

      Indien de bewoner een bewindvoerder heeft, dienen alle inkomsten maandelijks doorgestort te worden naar de instelling (in het geval van WZC of CVK). De bewindvoerder bezorgt maandelijks de factuur aan het OCMW samen met een boekhoudkundig journaal. Het OCMW betaalt de opleg aan de instelling. Deze maandelijkse inkomsten mogen niet aangewend worden om andere schulden af te lossen. Jaarlijks wordt een eindafrekening gemaakt op basis van het jaarverslag zoals wordt goedgekeurd door de rechter. De eindafrekening wordt ten laste genomen worden door het OCMW.

      De begunstigde verklaart aan het OCMW over geen spaargelden te beschikken, noch zich te hebben verarmd de laatste vijf jaar voorafgaand aan zijn opname.

      Het OCMW houdt rekening met alle inkomsten :

      -          Belgische en buitenlandse pensioenen, inclusief vakantiegeld;

      -          Alle vervangingsinkomsten;

      -          Alle andere vergoedingen, zoals o.a. zorgpremie voor ouderen met een zorgnood en zorgbudget voor zwaar zorgbehoevende (zorgverzekering), andere;

      -          Terugbetalingen uit allerlei belastingen;

      -          Inkomsten uit roerende goederen;

      -          Inkomsten uit onroerende goederen;

      -          Indien het onroerend goed niet wordt verhuurd, kan het OCMW een bedrag vaststellen als vervangende huishuur.

      -          …

      Artikel 7 Onroerende goederen - Wettelijke hypotheek

      De financieel beheerder van het OCMW zal steeds een wettelijke hypotheek inschrijven op alle onroerende goederen die voor hypotheek vatbaar zijn. De financieel beheerder moet geen toestemming hebben van de eigenaar.

      In geval het onroerende goed bewoond wordt door de echtgeno(o)t(te) van de begunstigde, verbind het OCMW er zich toe de verkoop van de hypotheek bezwaarde goed niet te eisen tot zolang de overlevende echtgeno(o)t(te) in leven is.

      Artikel 8  Gezinspensioen

      Indien er een gezinspensioen beschikbaar is, wordt door het OCMW aan de pensioendienst een opsplitsing gevraagd. Bij de opsplitsing van het pensioen of indien betrokkenen reeds apart een pensioen ontvangen, behoudt ieder persoon zijn eigen inkomen.

      Indien de pensioendienst niet ingaat op de vraag tot opsplitsing van het gezinspensioen, behoudt de thuiswonende partner het bedrag van het pensioen gelijk aan het bedrag van het leefloon (bedrag afhankelijk van de categorie).

      Het resterende bedrag van het pensioen wordt afgestaan aan de instelling en dient te worden verrekend op de verblijfsfactuur.

      Artikel 9   Zakgeld (van toepassing in Woonzorgcentra en centra voor kortverblijf)

      De begunstigde (resident in het WZC of CVK) ontvangt van het OCMW een gewaarborgd zakgeld ten bedrage van het wettelijk barema per jaar, uitbetaald in maandelijkse schijven. Dit bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer van de consumptieprijzen.

      Het zakgeld wordt door bemiddeling van de instelling aan de begunstigde uitgekeerd.

      In de maand waarop de begunstigde zijn vakantiegeld ontvangt wordt dubbel zakgeld uitbetaald.

      Het gewaarborgd zakgeld moet de begunstigde in staat stellen om deel te nemen aan het maatschappelijk leven, zowel binnen als buiten de instelling. De strikt persoonlijke uitgaven zijn ten laste van de begunstigde. Hieronder wordt verstaan : snoep, drank, rookgerief, kapper, aankoop nieuwe kledij, lectuur, telefoon,…

      Indien de bewoners (bij opname in het rustoord of CVK) geen volledige maand is opgenomen worden het pensioen en het zakgeld verrekend overeenkomstig het aantal effectieve dagen van opname.

      Het zakgeld behoort toe aan de begunstigde en wordt in geen geval uitbetaald aan de familieleden. Gespaarde zakgelden mogen niet aan de familie worden meegegeven.

      Voor zover de (medische) toestand van de begunstigde niet toelaat dat hij zelf het zakgeld beheert, zal dit zakgeld worden beheerd door de instelling. De instelling deelt dit onmiddellijk mee aan het OCMW. In dat geval zal de instelling een boekhouding bijhouden van de besteding van het zakgeld die ten aller tijden door het OCMW kan worden ingekeken.

      Bij overlijden van de begunstigde wordt het eventueel overblijvende deel van het zakgeld gerekend tot het actief van de nalatenschap, waarvan het OCMW de kosten aan maatschappelijke dienstverlening verhaalt. Het opgespaarde zakgeld waarvoor geen aanwending is gebeurd, wordt gestort op het rekeningnummer van het OCMW met als referentie ‘ naam begunstigde – gespaarde zakgelden’ ter vereffening van de gemaakte kosten aan maatschappelijke dienstverlening.

      Het zakgeld blijft verder toegekend aan de begunstigde tijdens zijn opname in het ziekenhuis.

      Artikel 10: Leefgeld voor bewoners assistentiewoningen

      De begunstigde die woont in een AW waarvan het OCMW de kosten vermeld in bovenstaande artikel 1 en 2 ten laste neemt, ontvangt maandelijks van het OCMW een leefgeld van maximaal 475,00 euro voor een alleenstaande en 810,00 euro voor een koppel. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd. De indexatie gebeurt op 1 september ten opzichte van de gezondheidsindexcijfer der consumptieprijzen van augustus 2021. Het maximale bedrag wordt verminderd met het positieve saldo van de inkomsten minus de kosten vermeld in artikel 1 en 2.

      In praktijk stort de financieel beheerder in het begin van de maand het maximale leefgeld aan de begunstigde. Op het einde van de maand wordt het positieve saldo van de budgetrekening prioritair gebruikt om het leefgeld terug te betalen aan het OCMW.

      Het leefgeld wordt uitgekeerd aan de begunstigde voor zover zijn (medische) toestand dit toelaat en dient om alle onkosten te betalen die niet vallen onder de kosten vermeld in artikel 1 en 2 van dit reglement. Dit leefgeld moet de begunstigde in staat stelen om deel te nemen aan het maatschappelijke leven, zowel binnen als buiten in de instelling. De strikt persoonlijke uitgave uitgaven zijn ten laste van de begunstigde, hieronder wordt verstaan: maaltijden, onderhoud van de woning, was- en strijk, kledij en strikt persoonlijke uitgaven zoals snoep, rookgerief, kapper, kledij, lectuur, telefoon...

      Het zakgeld behoort toe aan de begunstigde en wordt in geen geval uitbetaald aan de familieleden. Gespaarde zakgelden mogen niet aan de familie worden meegegeven.

      Bij overlijden van de begunstigde wordt het eventueel overblijvende deel van het leefgeld gerekend tot het actief van de nalatenschap, waarvan het OCMW de kosten aan maatschappelijke dienstverlening verhaalt. Het opgespaarde zakgeld waarvoor geen aanwending is gebeurd, wordt gestort op het rekeningnummer van het OCMW met als referentie ‘ naam begunstigde – gespaarde zakgelden’ ter vereffening van de gemaakte kosten aan maatschappelijke dienstverlening.

      In geval van opname in het ziekenhuis wordt het leefgeld beperkt tot het wettelijk gewaarborgde zakgeld zoals vermeld in artikel 9.

      Artikel 11  Vakantiegeld

      Jaarlijks ontvangt de begunstigde zijn vakantiegeld. Dit bedrag wordt ingebracht op de factuur als zijnde inkomsten. De begunstigde ontvangt die maand dubbel zakgeld.

      Indien de thuiswonende partner het vakantiegeld ontvangt, mag deze de helft van het bedrag behouden. Het resterende bedrag wordt overgemaakt aan de instelling, waar de begunstigde verblijft.

      Het vakantiegeld wordt gebruikt ter vereffening van de kosten van maatschappelijke dienstverlening.

      Artikel 12 Achterstallen

      Indien een begunstigde een achterstal aan inkomsten ontvangt, van welke aard en oorsprong ook, wordt deze integraal gestort aan het OCMW met vermelding van de naam van de begunstigde. Dit is ook het geval indien deze inkomsten dateren van voor de opname of van voor de aanvraag/aanvang tot verlenen van financiële tussenkomst door het OCMW. Een kopie van de kennisgeving moet aan het OCMW worden doorgestuurd.

      Bij de maandelijkse kostenstaat dient het bewijs gevoegd te worden.

      Achterstallen worden gebruikt ter vereffening van de kosten van maatschappelijke dienstverlening.

      Artikel 13 Teruggave en aanslag van de personen-, provincie of gemeentebelastingen

      Een teruggave van de personenbelasting dient op het rekeningnummer van het OCMW te worden gestort. Bij de maandelijkse kostenstaat dient het aanslagbiljet gevoegd te worden.

      Indien de begunstigde steun ontvangt van het OCMW, zal door de sociale dienst van het OCMW, een schrijven worden gericht aan het Ontvangkantoor van de Directe Belastingen, aan de gemeente of provincie, met de vraag om het te betalen bedrag oninbaar te verklaren.

      Artikel 14 Erfenis

      Indien de begunstigde tijdens zijn verblijf in de instelling een erfenis bekomt, brengt hij/zij het OCMW hiervan onmiddellijk op de hoogte.

      Indien de instelling hiervan in kennis wordt gesteld, informeert zij onmiddellijk het OCMW en omgekeerd.

      Afdeling 3 Facturatie

      Artikel 15 Factuur

      De kosten – vermeerderd met het zakgeld – worden door de instelling of beheerder per maand en per begunstigde aan het OCMW gefactureerd.

      De officiële factuur wordt overgemaakt aan het OCMW.

      Bij meerdere begunstigden in de instelling dient per begunstigde een kostenstaat opgemaakt te worden.

      Alle inkomsten en gedane uitgaven van een resident dienen met de nodige bewijsstukken aan de factuur gehecht te worden. Op alle gegevens (bewijsstukken) dient de naam van de betrokken begunstigde vermeld te worden.

      Artikel 16 Onkostennota’s

      De onkostennota’s dienen slechts door de financieel directeur van het OCMW worden betaald indien voldaan is aan alle vormvereisten en inhoudelijk en rekenkundig conform is met de bepalingen van dit huishoudelijk reglement.

      Bijkomend dient voldaan te zijn aan volgende voorwaarden:

      -          De periode dient verstreken te zijn en de supplementen dienen door de instelling voorgeschoten te zijn;

      -          Alle bewijzen van inkomsten en uitgaven dienen bijgevoegd.

      Afdeling 4 Administratieve vereisten

      Artikel 17  Inning inkomsten

      De instelling doet het nodige teneinde alle inkomsten van begunstigde te laten toekomen in de instelling.

      Overschrijvingen van derden worden niet aanvaard (bijv. overschrijving van een kind naar de instelling).  De instelling verrekent alle uitgaven, behalve die uitgaven die via het zakgeld worden betaald. In geen geval worden bepaalde uitgaven gedekt door externen (bijv. rechtstreekse betalingen van een kind).

      Een bewijs van inkomen (bijv. pensioenstrook, tegemoetkoming zorgverzekering ..) wordt aan de factuur gehecht.

      Artikel 18 Dagprijs

      De instelling deelt vooraf de gehanteerde dagprijs mee zoals goedgekeurd door het Ministerie van Economische zaken. De mededeling bevat een duidelijke toelichting omtrent de gehanteerde tarieven, onder meer een overzicht van de kosten die wel/niet inbegrepen zijn in de dagprijs.

      Dagprijsverhogingen ten gevolge van indexering mogen onmiddellijk ingaan, 30 dagen na melding aan de begunstigde en worden schriftelijk meegedeeld aan het OCMW Kruisem.

      Bij een verhoging van de dagprijs hoger dan de index mogen deze pas worden aangerekend nadat dit schriftelijk werd meegedeeld aan het OCMW en na de goedkeuring door het bijzonder comité voor de sociale Dienst. Een dergelijke aanvraag dient steeds vergezeld te zijn van een goedkeuring van het Ministerie van Economische zaken.

      Artikel 19  Overplaatsing

      Wanneer de persoon met tussenkomst vanuit het OCMW wordt overgeplaatst naar een andere kamer of naar een andere instelling met een hogere kostprijs tot gevolg, dient steeds voorafgaandelijk een aanvraag ingediend te worden bij het OCMW, vergezeld van de reden van overplaatsing en een ondertekende verklaring van de begunstigde of, indien betrokkene niet in de mogelijkheid is om te tekenen, volstaat een ondertekende verklaring van een familielid/contactpersoon.

      Bij medische redenen dient een medisch attest overgemaakt te worden.

      Deze aanvraag wordt voorgelegd aan de Bijzonder Comité voor de Sociale Dienst en na positief advies kan de overplaatsing plaatsvinden.

      Artikel 20 Aanvraag zorgpremie voor ouderen met een zorgnood

      Afhankelijk van de financiële toestand en van de gezondheidstoestand van de begunstigde wordt vanuit de sociale dienst van het OCMW een aanvraag ingediend voor een zorgpremie voor ouderen met een zorgnood. 

      Indien de begunstigde bij aanvang van de opname niet in aanmerking komt voor deze zorgpremie, wordt dit jaarlijks herbekeken (bij de jaarlijkse herziening van ten laste name) en indien nodig aangevraagd.

      Afdeling 5 Terugvordering van de kosten

      Artikel 21 Wettelijke hypotheek

      De financieel beheerder van het OCMW zal steeds een wettelijke hypotheek inschrijven op alle onroerende goederen die voor hypotheek vatbaar zijn.
      Zo waarborgt het OCMW de terugbetaling van eventuele tussenkomsten in de gemaakte kosten.

      De kosten voor inschrijving en vrijgeven van de hypotheek zijn ten laste van het OCMW.

      Artikel 22 Onderhoudsplicht

      Het OCMW Kruisem heeft beslist om geen onderhoudsplicht overeenkomstig het Burgerlijk Wetboek te eisen van de onderhoudsplichtigen met ingangsdatum van 1 mei 2021.

      Indien uit het sociaal en financieel onderzoek van de sociale dienst van het OCMW vastgesteld wordt dat bepaalde perso(o)n(en) de begunstigde bewust heeft of hebben  verarmd in de periode voor de opname in het woonzorgcentrum  zonder aanvaardbare uitleg, kan het bijzonder comité voor de sociale dienst alsnog beslissen om de onderhoudsplicht toch toe te passen of zelf onbeperkt toe te passen of de ten laste name van de persoon weigeren.

      Wanneer er tijdens de periode van steunverlening geld of middelen zijn verdwenen en het gaat om bedrog (vb weggeven van gelden) kan het OCMW de hulpverlening uit het verleden terugvorderen ongeacht de financiële toestand en kan het OCMW afwijken van het kindsdeel.

      Afdeling 6 Slotbepalingen

      Artikel 23 Einde overeenkomst

      Deze overeenkomst wordt beëindigd door :

      -          Einde van de opname

      -          Overlijden van de begunstigde

      -          Opzegging door het OCMW : Indien daartoe aanleiding bestaat, kan het OCMW zijn steun aan begunstigde herzien of intrekken. In dat geval zal het OCMW dit onmiddellijk aan de instelling meedelen per aangetekend schrijven.  Uiterlijk 30 dagen na verzending van dit schrijven is het OCMW jegens de instelling ontheven van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst.

      In het geval van een assistentiewoning kan de dagprijs van de woning maximaal 30 dagen na vertrek of overlijden van de betrokkene aangerekend worden. Indien de opzegtermijn meer bedraagt dan deze termijn zal het OCMW deze dagbedragen niet ten laste nemen.

      Artikel 24: Begrafeniskosten

      De begrafeniskosten worden betaald door de erfgenamen (kinderen, de thuisblijvende echtgenoot of de kinderen). Indien er geen kinderen of thuisblijvende echtgenoot zijn of niemand van de familie zich om de begrafenis bekommert, dan wordt de begrafenis door het OCMW geregeld overeenkomst het reglement voor het ten laste nemen van begrafeniskosten.

      Afdeling 7 Privacy

      De persoonsgegevens die ingezameld worden, zullen opgenomen worden in de bestanden van het OCMW Kruisem. Deze gegevens worden behandeld met de nodige discretie met dien verstande dat alle gegevens van het dossier vertrouwelijk zijn en slechts gebruikt of bekendgemaakt mogen worden in het kader van de aanvraag ten laste name rustoordkosten.

      Dit alles conform de privacywetgeving. Voor meer informatie kan de aanvrager terecht op ‘https://www.kruisem.be/privacybeleid’. Daar staat ook het contactadres voor bijkomende vragen.”

      Artikel 3: Dit besluit treedt in werking met terugwerkende kracht tot op 1 september 2021.

De voorzitter sluit de zitting op 08/11/2021 om 21:05.

Aldus vastgesteld en beslist in zitting van heden.

De agenda is afgehandeld.

Vanwege de OCMW-raad,

Namens Raad voor maatschappelijk welzijn,

Kris Nachtergaele
Algemeen directeur

Joop Verzele
Burgemeester-voorzitter